Jamaicaanse minister van toerisme Ed Bartlett blij met aswolk

Sunset Jamaica Grande, Ocho Rios, Jamaica

_
Hoewel de aswolk die afkomstig is van de IJslandse vulkaan Eyjafjallajökull wereldwijd miljarden heeft gekost, laten de Caribische eilanden een ander verhaal horen.

Hotelmanagers moeten extra personeel werven om de gestrande reizigers op te kunnen vangen. Reisorganisaties die avontuurlijke tochten organiseren in het gebied, kunnen de vraag amper bijhouden.

"Voor deze exotische vakantiebestemmingen kon de aswolk op geen beter tijdstip komen", zo verklaart de Jamaicaanse minister van Toerisme Ed Bartlett. Meer dan 2.500 vooral Britse toeristen zitten vast op Jamaica en iedereen lijkt daarvan mee te profiteren. Van taxichauffeurs, tot telecommunicatiebedrijven en de plaatselijke boeren.

Ook op Barbados, Tobago en de Grenadines wordt victorie gekraaid. De eilanden die al een tijdje te maken hadden met een dalend aantal toeristen, lijken die verliezen nu te kunnen goedmaken dankzij de gestrande reizigers.

Tosh 1 geeft debuutoptreden op Jamaica

Tosh 1

_
Het is bekend dat Peter Tosh een optredende zoon heeft. Andrew Tosh, eveneens de neef van Bunny Wailer, nam in 1985 zijn eerste single "Vanity Love" op, die geproduceerd werd door de Jamaicaanse dancehall DJ en zanger Charlie Chaplin. Nadat Peter Tosh op 11 september 1987 als gevolg van een roofmoord voor zijn eigen huis werd doodgeschoten, volgde het debuutoptreden van Andrew Tosh tijdens de begrafenis van zijn legendarische vader die bekend staat om nummers als "Legalize It", "Bush Doctor", "African", "Equal Rights" en vele andere juweeltjes. Tijdens de begrafenis zong Andrew Tosh de nummers Jah Guide en Equal Rights.

Andrew Tosh is een fantastische artiest, die veel vaker zou moeten toeren. Gelukkig is hij begin juni (zie de agenda) weer live in diverse Nederlandse poppodia te zien en te horen, waarbij hij naast Michael Rose op zal treden met de backingband Rasites. Daarbij is het alleen niet te hopen dat hij net als tijdens de Cannabis Cup 2008 om een uur of 02:00 uur midden in de nacht pas op het podium verschijnt. Gelukkig is dit lang niet altijd het geval, tijdens andere optredens verscheen hij wel gewoon op tijd. Het mooiste compliment dat ik ooit over Andrew Tosh heb gehoord, is dat hij meer op Peter Tosh lijkt dan Peter Tosh zelf. De gelijkenis qua stem is dan ook onvoorstelbaar.

Jawara McIntosh a.k.a. Tosh 1Minder bekend is het dat Peter Tosh nog een zoon heeft die al vele malen heeft opgetreden. Zo heeft Jawara McIntosh a.k.a. Tosh 1 in het voorprogramma gestaan van gerenommeerde artiesten zoals Gregory Isaacs, Sizzla, Shabby Ranks en heeft hij samen met Sinéad O’Connor gezongen tijdens haar Throw Down Your Arms tour. Ook heeft hij samengewerkt met Daniel Brown, de zoon van Dennis Brown en heeft hij opgetreden naast Jah Cure, Horace Andy. Ook heeft hij samen met de The Original Wailers op het podium gestaan. Dit jaar verschijnt zijn debuutalbum op de markt.   

Op zaterdag 1 mei treedt Tosh 1 voor de allereerste keer op in Jamaica. Dat hij nu pas op "Xaymaca" optreedt is niet verwonderlijk, omdat hij sinds zijn vijfde jaar al in Boston USA woont. Hij gaat jaarlijks echter wel 3 tot 4 keer naar zijn geboorteland om de connectie met zijn roots tot stand te houden.

Het Jamaicaanse debuutoptreden vindt plaats tijdens het Life Fest Peace and Love Concert, dat gehouden wordt in het Ranny Williams Entertainment Centre in de Jamaicaanse hoofdstad Kingston. Hier zal Tosh 1 optreden met Damian en Stephen Marley.

Het concert wordt als een belangrijk optreden beschouwd, omdat (Bob) Marley en (Peter) Tosh ook tijdens het wereldberoemde One Love Peace concert hebben opgetreden. Met het debuutoptreden van Tosh 1 op Jamaica wordt de geschiedenis herhaald in de nieuwe generatie.

Jamaica stuurt Haïtiaanse vluchtelingen terug

Jamaica heeft een zestigtal Haïtiaanse bootvluchtelingen naar hun land teruggestuurd. Kort na de verwoestende aardbeving van 12 januari klonk het nog dat Jamaica geen enkele Haïtiaan zou terugsturen, maar nu zegt de regering dat ze geen geld heeft om de Haïtianen te onderhouden.

Na de aardbeving verklaarde Jamaica, een van Haïti’s dichtste buren, dat het zich opmaakte voor een grote stroom vluchtelingen. Jamaicaanse functionarissen kondigden aan dat geen enkele vluchteling zou worden teruggestuurd.

Dat werd nog eens expliciet onderschreven door minister van Informatie Daryl Vaz. Ondanks de budgettaire beperkingen van het land zou Jamaica alle Haïtiaanse vluchtelingen helpen, zei hij. De vluchtelingen zouden een medisch onderzoek, een tijdelijk onderkomen en verzorging krijgen tot ze terug konden naar hun land, zei hij.

Eerste bootvluchtelingen
Maar op 23 maart, enkele uren nadat de eerste boten met 62 vluchtelingen de Jamaicaanse kust bereikten, zei Vaz op een persconferentie in Kingston dat de Haïtianen meteen zouden worden gerepatrieerd als gevolg van financiële beperkingen.

Die repatriëring vond maandag plaats, een week na hun aankomst. Samen met vijf andere Haïtianen, die het land illegaal waren binnengekomen, werden ze met een schip van de Jamaicaanse kustwacht naar Haïti gebracht.

Vaz wees erop dat het Jamaica 100.000 dollar per week kostte om de Haïtianen op te vangen en terug naar huis te brengen. "We beseffen voor welke problemen de mensen in Haïti staan maar we moeten onze verantwoordelijkheid ten opzichte van de Jamaicaanse bevolking opnemen. In de huidige situatie is het moeilijk voor ons om geld te blijven uitgeven dat we nodig hebben voor zeer essentiële diensten."

Zeven dagen op zee
Jamaica ligt 160 kilometer ten westen van Haïti. "We hebben zeven dagen op zee gezeten", zei een van de Haïtianen die op 23 maart aankwamen. De Haïti Jamaica Association noemt de regeringsbeslissing hard en ongevoelig. "Ik was er kapot van toen ik hoorde dat ze werden teruggestuurd naar de puinhoop en de wanhopige situatie waaruit ze net wilden vluchten", zegt voorzitter Myrtha Delsume. "Ik begrijp dat er economische beperkingen waren maar het is verschrikkelijk dat we mensen hebben afgewezen die op onze stoep in elkaar zijn gezakt – letterlijk."

Jamaica Tourist Board haalt op ITB prestigieuze prijs binnen

Das Goldene Stadttor

Op de ITB 2010 hebben de vertegenwoordigers van Jamaica Tourist Board (JTB) een prestigieuze hoofdprijs in ontvangst genomen. Tijdens de uitreiking van de "Das Goldene Stadttor", het internationale filmconcours tijdens de ITB, is de spot met Usain Bolt eerste geworden in de categorie tv- en filmcommercials.

De gloednieuwe commercial, waarin de Jamaicaanse atleet en meervoudig recordhouder op de sprint Usain Bolt het gevarieerde karakter van het Caribische eiland laat zien, werd als beste gekozen uit vele inzendingen. De trotse minister van toerisme van Jamaica, Edmund Bartlett, benadrukte dat het zeer bijzonder is om deze prijs in Berlijn te mogen ontvangen. Immers is het dezelfde stad waar Usain Bolt vorig jaar augustus twee fantastische wereldrecords op de 100 en 200 meter sprint liep.

Jamaicaan doet mee aan ’s werelds langste sledehondenrace

Na het succes van het Jamaicaanse bobsleeteam in de Olympische Winterspelen van 1988, waagt een andere atleet uit het tropische Jamaica zich op ijzig terrein.

Newton Marshall kan als eerste zwarte deelnemer ’s werelds langste sledehondenrace uitrijden. De 26-jarige Marshall is de eerste Jamaicaan die deelneemt aan de jaarlijkse Iditarod Race, een sledehondenrace van 1.700 km in de ijzige wildernis van Alaska.
De race is niet alleen de langste sledehondenrace ter wereld, het is ook een van ’s werelds grootste beproevingen met sneeuwstormen en temperaturen van -75°C.

Marshall is niet aan zijn proefstuk toe. Vorig jaar reed hij de Yukon Quest internationale sledehondenrace. Van de 29 racers, eindigde de Jamaicaan 13e. Als Marshall de finish van de Iditarod haalt, wordt hij de eerste zwarte racer die ’s werelds langste sledehondenrace uitrijdt.

De enige andere zwarte deelnemer slaagde er in 1973 niet in om de race uit te rijden.

Usain Bolt maakt reclamespots voor Jamaica

Vorig jaar werd de Jamaicaanse sprinter Usain Bolt benoemd tot ambassadeur van Jamaica. Hij kreeg de titel na het behalen van zijn successen en records op de 100 en 200 meter in Peking (2008) en in Berlijn (2009).

Toeristenbureau Jamaica Tourist Board heeft drie spots met de snelste ambassadeur ter wereld opgenomen. In de commercials laat Usain Bolt de kijker het afwisselende landschap en het veelzijdige aanbod van Jamaica zien. De filmpjes worden op National Geographic Channel, CNN en diverse zenders in Amerika uitgezonden.

In de commercials Stop en Speed komt het mooie, afwisselende landschap van het tropische eiland aan bod. In de spot Pose doen diverse Jamaicaanse mensen de bekende houding van Usain na, die hij voor en na iedere wedstrijd aanneemt.

Catch A Fire

Catch A Fire In de Veronica-gids werd aangegeven dat Classic Albums om 00:10 uur op Canvas zou beginnen, volgens de digitale TV Gids van UPC was dat om 00:20 uur en uiteindelijk begon de documentaire iets later dan 00:30 uur omdat het voetbal uitliep. Het werd een latertje, maar dat was het dubbel en dwars waard.

"Catch A Fire" begon met een passage uit een interview met Bob Marley, waarin hij onder andere laat weten: "I’m a Revolutionary". Een schot in de roos natuurlijk, want reggae had nog nooit eerder bestaan. Het was volkomen nieuw. Tevens deed de opmerking me denken aan de symposia die in Reggae Month februari 2010 op Jamaica werden gehouden met stellingen als "De boodschap van Bob richtte zich niet zozeer op de maatschappij, maar op een revolutie" en "De songteksten van Bob Marley hadden meer betrekking op een revolutie dan op liefde", maar dat terzijde.

Reggae was destijds dus volkomen nieuw. Het werd in eerste instantie dan ook niet serieus genomen. De muziek van Bob Marley & The Wailers was producent Chris Blackwell van Island Records niet ontgaan, hij had in tegenstelling tot de rest wèl interesse in de nieuwe muziek. Hij gaf Bob Marley & The Wailers daarom £4.000 op basis van vertrouwen om een album op te nemen. Of ze dat ook werkelijk zouden doen? Hij kon er op dat moment geen zinnig woord over zeggen. Maar vooral Bob Marley zorgde ervoor dat als het op muziek aankwam, dat er gedisciplineerd gewerkt werd en in no-time was Catch A Fire op Jamaica opgenomen.

Niet veel later vertrok Bob Marley met de banden naar Londen om het album af te laten mixen. De originele opnamen werden flink onder handen genomen om vooral de Amerikaanse markt te bereiken. Toetsenist John "Rabbit" Bundrick en Wayne Perkins op elektrische gitaar wisten aanvankelijk niet hoe zij elementen aan de opnamen toe moesten voegen, het ontbrak hun in eerste instantie aan de nieuwe "reggae-feel." Maar de aanwijzingen van Bob Marley hielpen de muzikanten de goede weg op.

Niet alleen de muziek was revolutionair, maar ook de songteksten. Zo laat Bunny Wailer weten dat het geen "ik hou van jou, ik blijf je trouw" muziek is: reggae is de hartslag / de stem van het volk. Wat onder de Jamaicaanse bevolking leefde, kwam tot uiting in de muziek. Gezien de grote mate van analfabetisme onder de bevolking kwam de muziek van Marley als geroepen. Zijn songteksten waren destijds actueel en dat zijn ze nog steeds. Tot op de dag van vandaag zijn ze treffend met betrekking tot allerlei onderwerpen die zich in de maatschappij voordoen. 

Opvallend vond ik het toen Rita Marley met het citaat "Cold ground was my bed last night, and rock was my pillow, too", afkomstig van het nummer Talkin’ Blues, op armoede doelde. Niet veel later zegt Bunny Wailer exact hetzelfde in de documentaire. Ik vond het opvallend want als je naar Nine Mile gaat, de geboorte- en rustplaats van de Reggae Koning, dan laten gidsen je namelijk weten dat als Bob ’s avonds te laat thuis kwam, dat hij voor de deur op de koude grond moest slapen waarbij hij zijn hoofd op de welbekende rood-geel-groen geverfde steen legde. Dat heeft wat mij betreft niet zozeer met armoede maar met huisregels te maken.

Hoe dan ook: aan airplay ontbrak het Bob Marley in ieder geval niet. Bunny Wailer laat weten: "Om Bob Marley heen waren er een aantal mensen die vonden dat zijn muziek veel vaker gedraaid moest worden. Ze deinsden er niet voor terug om een DJ van een radiostation op te wachten en hem een pak slaag te geven met de boodschap: Draai de muziek van Bob Marley!" 

Chris Blackwell, die door Bob Marley niet als producent maar als vertaler werd gezien, geeft aan dat de bas in het nummer Concrete Jungle fenomenaal is. "De bas trekt je helemaal naar de muziek toe", laat hij weten. Hoewel Concrete Jungle een van mijn grootste favorieten van Bob Marley is, met name ook vanwege de prachtige opbouw van het nummer op het album Babylon By Bus, had ik het zo eigenlijk nog nooit gezien. En dan die fantastische solo in datzelfde nummer, bedacht dus door gitarist Wayne Perkins: fenomenaal! Toen Perkins de solo voor het eerst liet horen, stond iedereen met kippenvel in de studio. Het was duidelijk dat er aan de solo niets meer veranderd hoefde te worden. 

Het is leuk om te zien hoe technici in de studio uitleggen hoe bepaalde instrumenten apart klinken in een bepaald nummer en hoe zij andere muziek en andere effecten zoals overdubs aan de originele opnamen hebben toegevoegd. Goochelen met muziek. Het zijn vooral de kleine details die de muziek nèt die ene sound meegeven. Ook leuk om te zien is hoe lekker creatief Aston "Family Man" Barrett zijn bas bespeelt. In Paradiso vorig jaar gingen zijn broekspijpen tijdens het bassen flink heen en weer. Niet zozeer vanwege de zware basgeluiden, maar omdat hij zijn knieën enthousiast heen en weer bewoog tijdens het bassen. Een fantastische muzikant, hij had zijn piece of the pie van Rita Marley wel mogen krijgen. Dat is hij wat mij betreft dubbel en dwars waard, maar ik dwaal af. 

Chris Blackwell zegt nu dat de originele opnamen de allermooisten zijn, zonder alle toegevoegde opsmuk. En toch ben ik blij dat Chris Blackwell Catch A Fire heeft opgeleukt met allerlei toevoegingen van instrumenten en effecten. Want zou Bob Marley & The Wailers doorgebroken zijn zonder Chris Blackwell? Zou reggae tot in de verste hoeken van de wereld bekend geworden zijn? Zou de muziek van Bob Marley & The Wailers zonder Chris Blackwell geklonken hebben zoals het nu doet?  

De muziek èn de teksten waren volkomen nieuw. Je kunt er artikelen aan wijden zoveel als je wil, maar ook uit deze documentaire blijkt duidelijk:

Bob Marley is a Revolutionary!

De Nederlandse bobbers zijn watjes

De Jamaicaanse bobbers kwalificeerden zich net niet voor Vancouver. Zij hadden wèl gedurfd.

De Nederlandse bobbers hebben de bibbers. Als ze dat een paar weken eerder hadden geweten, dan zou hun plaats zijn ingenomen door mannen die alleen bibberen van de kou: de Jamaicanen. Zij wilden wèl dolgraag naar beneden.

Het loopt tegen middernacht. In de kelder van een kroeg in Whistler danst een donkere man in een groengeel jack op de muziek van Bob Marley. Naam: Devon Harris. Status: oud-bobber van het Jamaicaanse team van 1988.

Zowaar: een Jamaicaan in Whistler
"Ik ben de enige hier. Mijn taak is een paar avonden in deze kroeg rond te hangen. Ik deel handtekeningen uit, probeer publiciteit te genereren en geld op te halen. Het lukt niet echt."

Wat is er fout gegaan met Missie Cool Runnings II – deelname aan de Spelen van Vancouver?
"Simpel: we hebben ons niet gekwalificeerd. We hebben gefaald. We kwamen welgeteld één plekje tekort."

Is het Jamaicaanse bobsleeteam niet stiekem een grap?
"Nope. Niks grappigs aan. Niet in 1988, niet nu. Wij sleeën om te presteren, niet om de clowns uit te hangen. Het doel is winnen. Zo lang dat niet is gebeurd, is het werk nog niet gedaan."

Houd je me voor de gek? Goud?
"Ik geloof erin, ja. Het is als een Nederlander die de honderd meter wint: moeilijk. Maar alles kan; Usain Bolt gaat ook een keer met pensioen. Onze bobsleemedaille is dichterbij dan je denkt. In Turijn won Canada zilver in de tweemansbob. De remmer was een tot Canadees genaturaliseerde Jamaicaan. Hij heeft bewezen dat iemand van ons eiland een medaille kan winnen."

Hoe?
"Meer trainen, een betere slee ontwikkelen. Ons grootste probleem is geld. Bobsleeën is een dure sport. Het is zo moeilijk om sponsors te vinden. Disney zou een goede zijn: die hebben hun zakken gevuld met een film over onze deelname: Cool Runnings. Maar nu zijn ze nergens meer te bekennen."

Wat vond je van de film?
"Topfilm. Ook al is het scenario heel, heel, heel losjes gebaseerd op ons ware verhaal – de kern blijft overeind: de underdog die strijdt tegen de rest van de wereld. Cool Runnings toont de spirit van het team."

Harris wordt onderbroken door een dronkenlap die in zijn oor blèrt dat hij zijn grootste fan is. "Ik vond je geweldig in de film, máááán!"

Voel je je wel eens een circusact?
"Soms. We worden neergezet als typetjes: relaxte rastamannen die als de dood zijn voor sneeuw en ijs. Een beetje lui ook, misschien. Dat beeld is verkeerd. We zijn relaí, maar niet lui. Wij werken hard, we hebben een droom. Kijk maar naar Usain Bolt. Hij doet een paar dansjes voor zijn race, hangt de clown uit – en daarna loopt hij iedereen naar huis."

Waar kwam jouw olympische droom vandaan?
"Ik was hardloper. In de aanloop naar de Spelen van Moskou in 1980 zag ik een documentaire over olympische atleten. Het viel me op dat het heel normale mensen waren. En dus dacht ik: als zij naar De Spelen kunnen, waarom ik niet? Op de atletiekbaan lukte het me niet om me te kwalificeren. Maar in 1987 werd er op Jamaica een push-cart-wedstrijd georganiseerd door twee Amerikanen. Ze wilden kijken hoever ze konden komen met een Jamaicaans bobsleeteam. Ik deed mee en voordat ik het wist, zat ik in het olympische bobsleeteam."

Had je toen wel eens ijs gezien?
"Jep. In mijn limonade."

Waarom lukte het jullie in 1988 wel om je te kwalificeren?
"Omdat er geen kwalificatie was. Je deed gewoon mee. We kwamen op de bobbaan, vroegen hoe laat we moesten starten ("Oh, negen uur? Dat is over vijf minuten") en doken naar beneden. De Spelen waren onze eerste grote wedstrijd. Maar wij waren niet in Calgary voor de lol of voor de aandacht. We gingen omdat we een droom hadden: de beste van de wereld zijn. Als je hard werkt en doorzet, maak je een kans. Opgeven is voor watjes."

Het is bij die ene Jamaicaanse deelname gebleven…
"De bonden hebben de regels aangescherpt. Slechte zaak. Het is nu vrijwel onmogelijk voor landen als Jamaica, Brazilië en Mexico om zich te kwalificeren."

Ben je niet bang dat er ongelukken gebeuren als er onervaren sporters meedoen? Zie de crash van rodelaar Nodar Kumaritasjvili.
"Flauwekul. De wereldkampioen rodelen crashte ook. Net als de Canadese bobsleeërs en nog een stuk of tien andere sleeën. Zijn de Nederlanders ook niet gecrasht?"

Ehh…ja. Ze durven zelfs niet meer naar beneden.
"Nou dan. Als je de beste van je land bent, heb je het recht om mee te doen aan De Spelen. Het is niet voor niets een sportwedstrijd voor de hele wereld. Maar daar denkt niet iedereen hetzelfde over. Vooral niet in Europa."

Freestyle skiën: Jamaicaan Kerr doet niet mee voor de grap

Een opvallende verschijning straks bij de skicross. Bij het freestyle skiën komt de Jamaicaan Errol Kerr in actie. "Ik heb mijn startrecht echt niet gemakkelijk bemachtigd. Ik weet dat ik niet onder doe voor iemand anders die hier skiet", aldus Kerr, die geboren werd in New York.

"Ik had met mijn dubbele paspoort natuurlijk ook voor de Verenigde Staten kunnen skiën. Maar ik voel me verbonden met Jamaica, vandaar dat ik heb besloten voor dat land uit te komen. Iedereen denkt dat ik een grap ben, maar dat ben ik niet. Ik kan echt skiën", aldus de Jamaicaan, die zich als negende van de 33 deelnemers kwalificeerde voor de skicross.

Mysterie: waar is Cool Runnings II?

Door: Thijs Zonneveld / De Pers
Cool Runnings Part Two had dé kaskraker van de Spelen moeten worden. Maar het vervolg op de klassieker van twintig jaar geleden is niet meer dan een slechte B-film.

Vancouver

In het filmscript stond dat ze met z’n vijven zouden zijn tijdens de openingsceremonie in Vancouver: één snowboarder en vier bobsleeërs. Ze zouden zwaaien, lachen, misschien wel een klein Usain Bolt-dansje doen. De entree zou verpletterend zijn. En waar gebeurd, net als deel I. Maar er komt maar één man uit de tunnel lopen: snowboarder Errol Kerr. Hij zwaait ongemakkelijk met de Jamaicaanse vlag. Als hij achteromkijkt, ziet hij alleen drie bobo’s lopen. Geen bobsleeër te bekennen. Een man naast me schreeuwt where the fuck de Cool Runnings guys zijn. Hij brult mijn gedachten.

Hoe de internationale bobsleebond het voor elkaar heeft gekregen is een raadsel, maar de Jamaicanen zijn op het laatste moment van de Olympische startlijst geschrapt. Iets met kwalificatiemomenten en onbegrijpelijke puntensystemen. De voorzitter van de Jamaicaanse sleefederatie heeft inmiddels protest aangetekend bij het Internationale Sport Tribunaal. Hij zegt dat er is gesjoemeld met kwalificatienormen en er volledig op te vertrouwen dat zijn jongens alsnog naar beneden kunnen sleetje rijden. Niet voor niets is het team gewoon afgereisd naar Canada. En The Jamaica House in Whistler is open alsof er niets aan de hand is. No worries, man.

Whistler

Een paar dagen later zit ik in de bus van Vancouver naar Whistler, het skidorp waar de ski- en glij-evenementen worden gehouden. De rit duurt ruim twee uur. Ik heb alle tijd om de krant van voor naar achteren te spellen. Op pagina 58, weggemoffeld tussen advertenties voor Thaise massages, staat de zin waar ieder filmfan bang voor was: "Beroep Jamaica afgewezen". Het bericht is niet groter dan één regel. Vreemd. De komst van de Jamaicaanse sleeërs werd breed uitgemeten in alle Canadese kranten, het team is geadopteerd door een gehucht in de buurt van Whistler en de bobbers hebben sponsorcontracten getekend met plaatselijke ondernemers.

The Jamaican House in het centrum van Whistler heet eigenlijk The Savage Beagle. Het is een louche pub die voor de gelegenheid is uitgevoerd in groen, zwart en geel. Er hangen Jamaicaanse vlaggen en er klinkt Bob Marley door de luidsprekers. Op de deur een grote poster: TONIGHT: THE JAMAICAN BOBSLED TEAM. Ik vraag de uitsmijter hoe laat de Jamaicanen komen. Hij haalt zijn schouders op: "Dat weten we niet precies. Ze hebben niet echt een schema ofzo. Maar ze komen, dat is zeker." Ik sluit aan in de rij bij de garderobe.

De garderobe blijkt ook een kassa. Cool Runnings deel II is big business. Jas ophangen: 10 dollar. Tas: 15 dollar. Entree: 45 dollar. Mijn geld (behalve die 30 voor de taxi) is in één klap op. Een kek geel Jamaicaans T-shirt (30), een groene met lange mouwen (35), een muts (50), handschoenen (100) of een ski-jack (250) zit er niet meer in. Ik ga aan de bar zitten, op een plek vanwaar ik de ingang kan zien. De barman vraagt of ik iets wil drinken. Ik keer mijn lege zakken binnenstebuiten. Hij schudt zijn hoofd.

Het is druk. Aan de bar bierdrinkende Canadezen met baseballpetten, op de dansvloer meisjes in minirokjes en in de hoek tikken dikke Russen in trainingspakken van de nationale ploeg wodka weg als limonade. Een uur gaat voorbij. De rij voor de kassa wordt langer en langer, maar wie er ook binnenkomt: geen Jamaicanen.

Ik vraag de barman of ik niet voor niets wacht. Hij schudt zijn hoofd en schreeuwt over de tonen van No Woman, No Cry dat ze zo komen.
Vier uur later heb ik mijn taxigeld verbrast, een dienblad bier in mijn nek gekregen en meegeholpen een stomdronken Russische kolos naar buiten te tillen. Rastabobsleeërs: nul. De manager van de pub vertelt dat hij het ook niet weet als ik hem vraag of Cool Runnings II geen pure science fiction is. "Die jongens zijn moeilijk te bereiken. Maar morgen komen ze zeker!" Paniek in zijn ogen.

Als ik de kroeg uitloop, zie ik aan de andere kant van de straat een man in een donsjack met Official Jamaican Bobsled Team erop. "Wait! Wait!" roep ik. Dertig seconden later heb ik de hand geschud van de man die naar eigen zeggen "iets managerachtigs" doet bij de Jamaicaanse bobsleeërs. Hij zegt: "Hannukah Wallace, de stuurman van de bob, loopt hier ergens rond. Ik weet niet precies waar. Geef me je kaartje – ik beloof je dat hij je binnen het uur belt."

In de natte sneeuw loop ik vijf kilometer naar de kelder van het appartement van een kennis, die me zijn bank heeft aangeboden om een paar uur op te slapen. Mijn telefoon gaat niet. Cool Runnings II verandert langzaam maar zeker in een slechte B-film. Of in Ghostbusters: ik krijg het gevoel dat ik op spoken jaag. Ik vraag me af of dat Jamaicaanse bobsleeteam wel echt bestaat.

Pemberton

"Nou, dit is Pemberton. Veel plezier ermee", zegt de buschauffeur als ik met bonkende koppijn uitstap in een dorp veertig kilometer buiten Whistler. Meer dan vijftig huizen, een benzinestation, een fietsenmaker, een McDonald’s en heel veel sneeuw is het niet. Dit is het dorp dat de Jamaicaanse bobsleeërs geadopteerd heeft in de hoop mee te profiteren van de rastahype. Een paar weken geleden hingen hier overal posters, spandoeken en Jamaicaanse vlaggen. Dit had eens het centrum van het Cool Runnings-feest moeten worden. Maar al het geel-groen-zwart is verdwenen.

De meisjes achter de balie bij McDonalds zeggen dat ze grote fans zijn van de film Cool Runnings, maar dat de Jamaicanen al weken geleden zijn vertrokken. De uitbater van het benzinestation vindt het hele idee om Jamaica naar Pemberton te halen "totaal belachelijk en compleet mislukt". De fietsenmaker (die Bob Marley-sokken verkoopt) vertelt dat de Jamaicanen foetsie zijn, maar dat er in de loop van de week wèl een andere exotische surprise op bezoek komt: de Ghanese slalomskiër Kwame Nkrumah-Acheampong, beter bekend als The Snow Leopard. Wanneer en waar precies, dat weet hij niet. "Misschien komt hij vanavond", zegt hij. "En misschien komen de Jamaicaanse bobsleeërs ook wel. You never know. Heb je geen zin om een beetje rond te blijven hangen?"

Ik vloek en stap op de eerste de beste bus terug naar Vancouver. En Cool Runnings II? Ik snak naar de aftiteling.

Bron: De Pers