Reggae Sunsplash 2006 – International Night

Dat we tijdens de World Beat Night te vroeg aanwezig waren was duidelijk en daarom besluiten we vanavond tussen 22:00 en 23:00 uur op Reggae Sunsplash te zijn. Dat bleek een perfecte tijd te zijn. Na een aantal optredens van minder bekende artiesten te hebben gezien, staat Steel Pulse op het podium. Andere optredende artiesten zijn vanavond onder andere Kip Rich, Diana King, Tanya Stephens, Maxi Priest, Beenie Man, Buju Banton, UB40 en Damian Marley.

Vanavond is het drukker dan gisteren tijdens de World Beat Night. UB40 vind ik doorgaans opvallen gezien de grote aantallen muzikanten met wie ze optreden. Op Reggae Sunsplash vallen ze daarmee eigenlijk in het niets, want tijdens ieder optreden staan er minimaal 10 muzikanten op het podium. Zanger Ali Campbell vind ik een stuk kleiner dan hij op TV lijkt, uiteraard heeft hij weer kaugum in zijn mond en hij ziet er vermoeid uit. Tijdens het optreden zegt hij dan ook dat de band een erg lange reis achter de rug heeft. Na wat Kingston Town en Red Red Wine begint het me een beetje te vervelen en bezoek ik mijn eigen weblog in Jamaica. Een fotootje maken van de statistieken op het beeldscherm zal wel vreemd overgekomen zijn, maar dat maakt me niet uit. Toch geinig dat de weblog vanuit Jamaica is bezocht met Cable & Wireless als provider, niet dan? (Al ben ik het zelf, ghehe…)

Luciano treedt op als het weer licht begint te worden. Wat wel jammer is, is dat de zon achter de optredende artiesten opkomt, waardoor het nemen van een foto een stuk moeilijker is. Tijdens het optreden van Luciano komt Andrew Tosh “Legalize It” zingen. In Amsterdam vond ik hem vele malen beter. Na het optreden van Buju Banton pakken we een taxi, de headliner van vanavond – Beenie Man – slaan we over.

Erg veel details zijn er dit keer niet te melden, afgezien het feit dat Damian Marley de tent ook in Jamaica flink op zijn kop zette. En er waren nog plenty andere geweldige optredens, ik heb er geweldig van genoten, maar opvallende bijzonderheden waren er vanavond gewoonweg niet. Nou ja, afgezien van de taxi terug dan misschien. Onderweg vertelde de taxichauffeur dat een van zijn kinderen op het podium stond te dansen tijdens het optreden van Luciano. Het gesprek verliep erg gezellig, maar toen we voor het hotel uitstapten om af te rekenen kreeg de taxichauffeur dollartekens in zijn ogen denk ik. En vond dat een reden om zich niet aan de vooraf afgesproken prijs te houden. Daar sta je dan best wel vermoeid van al die tijd op Reggae Sunsplash een conflict te hebben met een taxichauffeur die bij hoog en bij laag vasthoudt aan een veel te hoge prijs. Ik heb het bedrag betaald, ik wilde wat eten en naar bed, maar het bevestigt maar weer dat Jamaica een eiland vol verrassingen is. Goedschiks of kwaadschiks.

Reggae Sunsplash 2006 – World Beat Night

Iedereen die een gedetailleerd verslag van de optredens op Reggae Sunsplash 2006 verwacht moet ik helaas meteen teleurstellen. De hoeveelheid optredende artiesten is namelijk dermate groot, dat het gewoon niet meer bij te houden is. Daarnaast wil je als je in Jamaica bent de cultuur, de sfeer en vooral natuurlijk ook de muziek ten volle meemaken. Je wilt alles door je aderen voelen stromen in plaats van setlists bijhouden, specifieke gebeurtenissen opschrijven, enzovoorts. Een gedetailleerd verslag wordt het dus zeker niet. Daarnaast mocht ik mijn fototoestel gewoon mee naar binnen nemen, te gek! De belichting, de afstand en de drukte hebben echter niet echt bijgedragen aan een high-quality fotoalbum. Sommige foto’s zijn dan ook niet scherp, te donker, of wat dan ook. Nou, dat was de ‘disclaimer’ wel zo een beetje. Iedereen die ondanks dit minder goede nieuws niet afhaakt wens ik alvast veel leesplezier.

Eerst een korte terugblik gezien het feit dat het wel even geleden is dat ik reisverslagen op de weblog heb gepubliceerd. In december 2005 las ik op internet dat Reggae Sunsplash – na een onderbreking van maar liefst 9 jaar! – opnieuw gehouden zou worden in de zomer van 2006. Het waren destijds maar geruchten, want niemand kon er concreet over zijn. Ik hoopte werkelijk dat het definitief door zou gaan, want het zou een fantastische aanleiding zijn om voor de derde keer naar Jamaica te gaan. Daarnaast vind ik Reggae Sunsplash het Festival der Festivals, dat speelde natuurlijk ook mee. In het voorjaar van 2006 werden dingen concreter en toen de Reggae Sunsplash website in de lucht was, werd het hoog tijd om zo spoedig mogelijk naar het reisbureau te gaan. Daarmee was niet alleen de ‘revival’ van Reggae Sunsplash een feit, maar dat ik erbij zou zijn ook!

Op donderdag 3 augustus 2006 werd de allereerste Reggae Sunsplash avond gehouden: de Dancehall Night. Het was een van de meest populaire avonden van Reggae Sunsplash. Gezien de line-up heb ik die avond echter overgeslagen. Bounty Killer, Ninja Man, Busy Signal en Vybz Kartel om er zomaar een paar te noemen zijn nu eenmaal niet mijn ding. Als nadeel had het overslaan van deze avond wel dat je artiesten als Perfect, Queen Ifrica, Natty King en Chezidek ook aan je voorbij moest laten gaan. De nadruk lag in ieder geval sterk op Dancehall en daarom heb ik die avond dus overgeslagen. Naar de overige drie avonden ben ik wel geweest.

Reggae Sunsplash biedt onderdak aan artiesten en muzikanten in ClubHotel RIU in Ocho Rios waar ik ook verblijf. In de lobby hoop ik veel binnenkomende artiesten te zien, maar dat valt zwaar tegen. Er staan wel twee jongens in de buurt. De een heeft een hightech mobieltje bij zich – ultra dun – waar hij bijna continue mee belt. Verder heeft hij een groot horloge om zijn pols en een dikke ketting om zijn nek met een net zo dik kruis eraan. Na ongeveer een kwartiertje gaan ze er weer vandoor. Als een ober van het hotel glazen op komt halen, vraag ik hem toch maar eens of hij misschien al bekende artiesten heeft gezien. “Die heb ik wel gezien ja. Die jongens die hier net ongeveer een kwartier lang naast je stonden, daarvan was die ene Assassin”. Dat heb je dus als dancehall niet je ding is. Toch maar even rondlopen om te zien of Assassin nog in de buurt is en ja hoor, hij staat bij de ingang. Nog steeds te bellen. Een mooi moment om Assassin op de gevoelige plaat vast te leggen, dan heb ik in ieder geval nog wat zal ik maar zeggen. Sindsdien moet ik er bij de naam Assassin altijd weer aan denken dat hij een kwartier lang zowat naast me stond en dat ik hem helemaal niet herkende. Ach, zo maak je nog eens wat mee.

Karl Angell In de Conference Room is een Media Center ingericht, uitsluitend bedoeld voor de pers. Als ik naar binnen kijk gebeurt er niet veel. De pers wordt van allerlei informatie voorzien in de vorm van brochures, folders en flyers (een zogenaamde press-kit) en voor de rest gebeurt er eigenlijk niet veel. Het is een saaie bedoening. Karl Angell komt aangelopen, de uiterst vriendelijke Jamaicaan die we al eerder hadden ontmoet en gesproken. Uit die gesprekken kwam naar voren dat hij bij The Jamaica Observer heeft gewerkt en dat de politie hem later vroeg om woordvoerder bij hun te worden. De aanbieding om “Director of Communications of the Jamaica Constabulary Force” te worden betekende een (dikke) promotie voor de in Kingston wonende Karl die hij niet aan zich voorbij kon laten gaan. In het restaurant Piccola Italia eten en drinken we wat met Karl Angell. Hij stelt ons voor ons mee te nemen naar Reggae Sunsplash, de eerste avond dat we er naartoe gaan. “Om 17:30 uur bel ik je op de kamer en vijf miniuten later sta ik beneden in de lobby op je te wachten” zegt Karl. Dat vinden we een goed idee dus dat spreken we met de goedlachse Karl af.

Naderhand hebben we het er nog eens over en bedenken ons dat we nog tijd genoeg hebben om een taxi te pakken als blijkt dat van de afspraak helemaal niets terechtkomt. Afspraken kun je – met alle respect – (bijna) niet maken met Jamaicanen. Nu kun je Karl Angell niet tot de gemiddelde Jamaicaan rekenen, maar goed. Jamaica blijft een eiland vol verrassingen. Goedschiks of kwaadschiks.

Charles Campbell Klokslag 17:30 uur gaat de telefoon in de kamer. Ik vind het echt helemaal geweldig! Karl heeft zijn woord gehouden! Eenmaal beneden gekomen staat Karl Angell – die begin dit jaar de moord op Bob Woolmer, de cricket-coach van Pakistan, wereldwijd bekend maakte – inderdaad op ons te wachten. Karl heeft zijn dochter Suzette bij zich. Ze studeert in Cuba. Speciaal voor Reggae Sunsplash is ze naar Jamaica gekomen. Karl zegt (zoiets als): “We haffi wait fi di Rasta, and then we go”. Er moest natuurlijk ook wel iets zijn om de afspraak niet helemaal vlekkeloos te laten verlopen, en dat was dus het wachten op de Rasta. Terwijl we staan te wachten komen we Charles Campbell tegen, de organisator van Reggae Sunsplash. Ik vind het echt een eer om hem te mogen ontmoeten. Zijn naam had ik al vele, vele malen op internet gelezen. En nu staat hij in levende lijve voor me. Natuurlijk mochten bij de kennismaking handenschudden, een “Nuff Respect!” en nog veel meer uplifting words niet ontbreken. Hoewel uit de non-verbale communicatie van Campbell blijkt: “Nou, vooruit dan maar weer…” als ik vraag of ik een foto van hem mag nemen (ik ben nummer 100.001 denk ik dus dat kan ik wel begrijpen), staat hij leuk op de gevoelige plaat. Iets later komt de Rasta – Camile (ik weet niet zeker meer of hij werkelijk zo heet) – op zijn gemakkie aangelopen en we vertrekken richting Richmond Estate, dat even buiten Ocho Rios ligt. Het is 200 hectare groot, er kunnen 20.000 auto’s geparkeerd worden en het kan tot 150.000 bezoekers herbergen. Dit terrein – dat aan de Caribische zee ligt – wordt voor diverse grootschalige evenementen gebruikt. Op naar Richmond Estate!

Camile In de auto is het onderwerp van gesprek natuurlijk reggaemuziek en reggaeartiesten. Na er een aantal besproken te hebben vraagt Camile: “Wat vind je eigenlijk van Buju Banton?”. Ik laat weten dat ik albums als “Inna Heights” en “Till Shiloh” echt geweldig vind. “In juni dit jaar heb ik hem nog op zien treden in Amsterdam” zeg ik tegen Camile. Als antwoord daarop laat hij weten dat hij voor Buju Banton heeft gewerkt en dat hij naast de Gargamel Studio woont. Karl Angell zegt even later: “Je raadt nooit wie het Reggae Sunsplash festival gisteren heeft geopend!” Al gauw blijkt dat Camile het Festival der Festivals gisteren heeft geopend. “Ik zit hier niet met kleine jongens in de Toyota Camry 2.4 van Karl” zit ik mij te bedenken. Suzette zet reggaetonmuziek op en onderweg stoppen we in St. Ann’s Bay, de hoofdstad van de provincie St. Ann. Hier moet Karl even pinnen en als we vervolgens doorrijden naar Richmond Estate zingt Karl Angell in de auto: “Cyaan seh mi never did a warn yuh…” Ik antwoord daarop met: “Oh Lord mi tell yuh…” Het is even stil in de auto en daarna moeten we er met zijn allen vreselijk om lachen. Camile laat daarop weten dat conscious reggae echt het meest gewaardeerd wordt in Europa. “Nog meer zelfs dan is de USA” voegt hij eraan toe.

Ashanti Oasis Eenmaal aangekomen op het landgoed Richmond Estate, kunnen we zonder problemen doorrijden en Karl parkeert de auto achter het festivalterrein, precies achter het podium om precies te zijn. Op het festival-terrein zelf aangekomen geeft Karl een kleine rondleiding waarbij hij laat weten wat waar te vinden is. Ook wijst hij ons erop dat bij dit kraampje – Ashanti Oasis genaamd – de vrouw van Mutabaruka vegetarisch eten verkoopt. Nadat we het terrein hebben verkend, gaan we naar het amfitheater. Pas naderhand als de optredens switchen tussen het hoofdpodium en het amfitheater, wordt het mij duidelijk dat het woord “amphitheatre” wel erg grappig klinkt als het door een 100% Jamaicaan wordt uitgesproken. Dus met toevoeging van het typisch Jamaicaanse patois. Waarbij het uiteraard vooral gaat om het woord ’theatre’, dat als ’tea-aaa-thaaa’ uitgesproken wordt.

Camile opent de World Beat Night on stage Voordat de optredens op het amfitheater beginnen, opent Camile wederom het Reggae Sunsplash festival, vanavond is het World Beat Night. Op het podium (het is nog vroeg) verschijnen mij onbekende groepen zangers, dansers en danseressen. Maar één ding valt mij wel enorm op, en dat is het geluid in het amfitheater. Het is met geen pen of liever toetsenbord te beschrijven hoe geweldig het geluid daar klonk! Dit was werkelijk de meest optimale geluidsopstelling die je maar kan verzinnen. Het is met geen woorden te beschrijven dus ga ik dat ook niet proberen, afgezien van één woord dan: FANTASTISCH !!! Ik zou echt willen dat het geluid bij alle optredens waar dan ook zo zou zijn, echt buitengewoon !!! Daar kon het geluid van het hoofdpodium niet eens aan tippen. Zo een vreselijk goed opgesteld en mooi afgesteld geluid had ik van mijn hele leven nog nooit gehoord !!! Naast het amfitheater stond een groot scherm opgesteld voor de bezoekers die de optredens op het podium niet konden zien. Omdat het amfitheater ogenschijnlijk “in zee” stond (heel mooi gezicht!) en het land vanaf het podium opwaarts liep, kon iedere bezoeker de optredens zien. Waar je ook stond en hoe druk het ook was.

Bushman We waren al om een uur of 18:00 – 18:30 uur op Reggae Sunsplash. Het eerste optreden tijdens de World Beat Night waarvan je zegt: “Ya Man, Let’s Rock & Groove!” was die van Bushman, die om 23:00 uur begon op het hoofdpodium. Dat doet Reggae Sunsplash trouwens wel erg goed moet ik zeggen. Er vinden namelijk optredens plaats op het hoofdpodium en als die afgelopen zijn, dan zijn er optredens in het amfitheater. Je kan dus continue naar optredens kijken van bekende en minder bekende artiesten. Ook maakt het niet uit waar je je op het festivalterrein begeeft. Want overal hangen immens grote beelschermen waarop je de optredens die op het podium plaatsvinden (zowel het hoofdpodium als in het amfitheater) kan bekijken.

Net als Bushman zien artiesten als Morgan Heritage en Junior Kelly er erg netjes uit; je zou ze bijna niet herkennen. Geen uitgesproken “rood-geel-groen” kledij zoals we ze hier in Nederland op festivals en in de poppodia op zien treden, maar een nette (spijker-)broek, een overhemd en een colbertje. Netjes in ieder geval. Luciano zou vandaag optreden, maar hij staat morgen op de planken. Alpha Blondy treedt op als de nacht plaats maakt voor schemering en de zon langzaam maar zeker op begint te komen.

"Verkoeling" onder de bomenZodra de zon schijnt, is het meteen al erg warm. Zelfs Jamaicanen zoeken op dit vroege tijdstip de schaduw op. Alhoewel er na Alpha Blondy die de hoofdact van de World Beat Night is nog iets te doen valt in het amfitheater, vinden we het mooi geweest en pakken een taxi terug naar het hotel. In het hotel aangekomen, komen we mede-reizigers tegen die net aan hun ontbijt beginnen. Het was een vermoeiende dag omdat we die dag om ongeveer 09:00 uur opgestaan waren en de volgende dag om ongeveer dezelfde tijd pas weer naar bed gingen. Maar het was de moeite absoluut waard.

Vanaf vandaag draaien dag en nacht zich om: overdag slapen en ’s avonds / ’s nachts / ’s morgens op Reggae Sunsplash. Mijn bioritme vond het niet echt geweldig geloof ik, maar ik zelf wel. Ik vond het echt fantastisch om op het Reggae Sunsplash festival in Jamaica te zijn geweest. En er zijn gelukkig nog twee avonden te gaan ook, bioritme of niet.

Alle reisverslagen zijn te lezen door in de rechter kolom op de categorie Jamaica 2006 te klikken.

Fotoalbum ReggaeXplosion

ReggaeXplosion Bij een reisverslag hoort natuurlijk ook een fotoalbum. Het was moeilijk fotograferen in ReggaeXplosion. De ene keer moest je flitsen, de andere keer juist weer niet. Best lastig, maar de foto’s geven een goede indruk van het Reggae museum.

ReggaeXplosion Het fotoalbum kunt u hier bekijken. Zoals gewoonlijk bekijkt u de foto’s het makkelijkst door op “Diavoorstelling” te klikken en vervolgens klikt u onderaan de volgende pagina op de “Start” knop.

ReggaeXplosion Het ReggaeXplosion fotoalbum maakt permanent deel uit van de weblog. Het album is altijd terug te vinden in de rechter kolom onder ‘FiYah Gallery’. De albums heb ik tevens in chronologische volgorde gezet met het nieuwste album bovenaan.

In verband met vakantie komt de FiYah weblog de komende twee weken stil te liggen. Even geen updates meer dus, maar vanaf week 16 zit de FiYah weblog weer bovenop het nieuwste Reggae nieuws 😉 

Tot na de vakantie!

ReggaeXplosion

Oprijlaan RIU Ocho Rios Als je de taxi niet voor de deur van RIU Ocho Rios neemt, maar een stukje de oprijlaan oploopt, dan kom je aan de linkerkant een taxi-standplaats tegen waar je goedkoper uitbent. Germaine brengt ons naar het centrum van Ocho Rios waar we vandaag naartoe gaan. Het is een no-nonsense taxichauffeur; hij brengt ons naar het centrum en klaar. Hij wil je gids niet zijn vandaag, hij heeft niets extra’s te verkopen, hij wil je geen ganja in je hotelkamer komen brengen, hij heeft geen ‘kennissen’ die je voor een uitzonderlijke prijs iets aan te bieden hebben. Gewoon naar het centrum van Ocho Rios en klaar en dat bevalt me uitstekend.

Island Village Bij het instappen zeg ik dat we naar Island Village willen. Hij raadt het ons af omdat er over het algemeen veel te dure winkels zitten. Professioneel als hij is, zet hij ons bij de craft-market af om als toerist beter uit te zijn. Het babbeltje onderweg heeft blijkbaar een klein misverstand veroorzaakt, want we willen specifiek naar Island Village. Ik leg de Jamaicaanse Germaine uit dat we naar ReggaeXplosion willen en dat zit in Island Village. Ineens is alles duidelijk en zonder problemen of meerkosten brengt hij ons naar het overdekte winkelcentrum.

Bij de ingang van Island Village is het druk qua taxichauffers en andere Jamaicanen die iets te koop. Stap je net uit een taxi, komen andere taxichauffeurs je vragen of ze je ergens heen kunnen brengen… Veel vertrouwen hadden ze in Germaine blijkbaar niet, terwijl ik zou willen dat elke taxichaffeur in Jamaica zijn werk zo deed.

Reggae XplosionIsland Village ziet er gezellig uit. Bij de entree van het winkelcentrum kun je helicoptervluchten en andere excursies boeken. Als je een klein stukje doorloopt dan zie je ReggaeXplosion al aan je linker hand. Waar dit Reggae museum gevestigd is, bevindt zich tevens een bioscoop. We besluiten Island Village eerst te verkennen voordat we het museum gaan bezoeken. Voor mijn buurmeisje Tess die inmiddels één jaar oud is zoek ik een geinig T-Shirtje. Ik hoop een leuk shirtje te vinden met de tekst “One Love” erop, maar tevergeefs. Ik zoek er zowat de hele vakantie al naar, maar het is in Jamaica gewoon niet te vinden. Uiteindelijk heb ik een T-shirtje voor haar gekocht met de tekst "Jamaica" erop. Daar is de lieverd die mijn naam nog niet zegt vast ook heel blij mee 😉

Bongo player Als we het rondje Island Village maken, dan zit er op een gegeven moment een Jamaicaan bongo te spelen. Deze jongen weet precies hoe hij het moet aanpakken, in tegenstelling tot de uitermate agressieve verkoop op de craft-market. Hij zegt dat je een foto mag maken zonder een tip te hoeven geven, het maakt hem allemaal niet uit. Ik maak dan ook een foto waarna de tweede bongo me pas echt opvalt, terwijl hij er maar op één zit te spelen. Samen bongo spelen is natuurlijk ook heel geinig om te doen dus zo gezegd, zo gedaan. En als je allebei samen leuk met de bongo-speler hebt gespeeld, dan geef je hem natuurlijk een tip. Deze Jamaicaan heeft heel goed door dat een ongedwongen sfeer hem veel meer oplevert dan toeristen van alles en nog wat op te dringen.

Bob Marley - Live at The Roxy Na het rondje Island Village, dat voornamelijk uit juweliers-winkeltjes bestaat, is het tijd voor een koud flesje Red Stipe bij Jose’s Bar. Op het centrale plein van Island Village wordt muziek van Bob Marley gedraaid. Het gaat om een live-optreden dat ik nooit eerder heb gehoord. Er is helaas niemand in de buurt aan wie ik kan vragen om welke CD het gaat, ik denk dat het om “Live at The Roxy” gaat. Dat is een van de weinige albums die ik van Bob Marley nog niet heb. Op weg naar huis kom ik hem op het vliegveld van Montego Bay tegen, maar voor een belachelijke prijs. Dus koop ik op Jamaicaanse bodem nog snel Half Way Tree van Damian Marley. Inmiddels heb ik Live at the Roxy tegen een normale prijs weten te bemachtigen.

Reggae Xplosion Na de Red Stripe is het tijd voor ReggaeXplosion. Dit is een tentoonstelling waarin de ontwikkeling van reggae muziek wordt uitgelegd. Dus vanaf het ontstaan van reggae muziek tot hoe het zich tot op de dag van vandaag heeft ontwikkeld. Uitermate veel nieuwe informatie krijg je er niet te horen, maar desondanks is het erg leuk om met een gids door ReggaeXplosion te worden geleid. Hoofdzakelijk draait de expositie om reggae-artiesten, maar zo worden er ook juke-boxen, flesjes Red Stripe, lantaarnpalen en andere artikelen die niet meer in Jamaica voorkomen tentoongesteld. Ook is er een muur behangen met ouderwetse flyers. Omdat het net brieven op gekleurd papier lijken, komen de flyers van weleer nogal saai over. Dat gaat er tegenwoordig toch heel anders aan toe! De rondleiding begint van mento tot ska en eindigt bij dancehall. In de volgorde waarin reggae zich heeft ontwikkeld. De vrouwelijke gids is duidelijk te verstaan. Ze spreekt begrijpelijk Engels, patois gooit ze er tijdens de rondleiding niet tussendoor.

Morgan Heritage @ Reggae Sunsplash 2006 Tijdens de rondleiding komen we onder andere langs mengpanelen en andere apparatuur van Lee “Scratch” Perry. Wat me opvalt is dat men bij ReggaeXplosion wel ingaat op de Black Ark studio van Lee “Scratch” Perry die hij naderhand in de fik gestoken heeft, maar dat er geen woord gerept wordt over de Sir ‘Coxsone’ Dodd’s Studio One, de kweekvijver waar de grootste reggaeartiesten hun carriere zijn begonnen. ReggaeXplosion is een interactief museum. Er staan diverse luisterpalen zodat je het verschil qua muziek in de tijd kan beluisteren. Ook worden er op diverse schermen allerlei beelden getoond die uiteraard met reggae muziek te maken hebben. Voornamelijk hangen er overal foto’s van artiesten en daarnaast hangt een bord met een beknopte omschrijving. Aan het einde van de tentoonstelling kun je met de trap naar beneden en kom je in het winkeltje van ReggaeXplosion uit. Het meest opvallende van de hele toer vond ik dat Morgan Heritage ingedeeld was bij de Engelse reggae, waar bijvoorbeeld ook Steel Pulse onder valt.

Island Village, inclusief ReggaeXplosion, hebben we gezien en we besluiten naar het centrum van Ocho Rios te gaan. Diverse taxichaffeurs brengen ons voor een ‘special price’ naar het centrum, maar we besluiten naar het centrum te wandelen. Slecht weer is het tenslottte niet. Binnen vijf minuten lopen sta je voor de craft market, je zou hooguit 30 seconden in de taxi hebben gezeten. En die taxichauffeurs maar zeggen dat het centrum best ver weg is.

Red Stripe In het centrum pakken we nog een Red Stripe. Die halen we gekoeld in de lokale supermarkt in het Ocean Village Shopping Centre. Het flesje kost er nog geen Euro. Als we het biertje net buiten de supermarkt op ons gemakkie opdrinken, komen er diverse verkopers voorbij. De een verkoopt bamboe-produkten, de ander heeft kettingen te koop, diverse Jamaicanen vragen om een sigaret. En zo ook Donald, een Jamaicaanse ‘local’ waar je wat van leert.

Donald Donald heeft de basisschool afgemaakt, dus hij kan lezen en schrijven. Verder is hij niet gekomen omdat zijn ouders het geld niet hebben om hem verder te laten studeren. In Ocho Rios kun je in feite alleen de basisschool (Primary School) volgen, als je het hogerop wil zoeken dan moet je naar Kingston. Het is onmogelijk om dagelijks van Ocho Rios naar Kingston en weer terug te reizen, daar is de afstand veel te groot en zijn de wegen veel te slecht voor. De kosten voor een internaat in Kingston zijn dermate hoog, dat het merendeel van de Jamaicaanse bevolking dat niet kan betalen. En dat geldt helaas ook voor Donald, de Jamaicaan die ons spontaan aansprak.

Hoewel Donald – ik schat hem rond de 45 jaar – niet verder gekomen is dan de basisschool, bezit hij een aangeboren intelligentie. Of hij heeft veel levenservaring opgedaan. Of het gaat om een combinatie van beiden. Hoe dan ook: deze Jamaicaan weet precies waar het in de wereld om draait. Hij heeft heel duidelijk zijn mening over dingen, waar je het ook over hebt. Natuurlijk gaat het voor 99% over Jamaica, maar dat komt omdat we zelf het meest geïnteresseerd zijn in wat er vandaag de dag in Jamaica speelt.

Sunset Jamaica Grande - Ocho Rios Aan het bandje dat we om hebben van RIU weet hij dat we daar verblijven. Dat hoeft hij ons niet te vragen. “RIU pakt het allemaal veel beter aan, want in bijvoorbeeld Sunset Jamaica Grande staan regelmatig kamers leeg” weet hij te vertellen. Ook laat hij ons weten dat men bezig is een nieuw hotel te bouwen van Spaanse makelij dat nog vele malen groter is dan RIU. Er zijn op dat moment 700 kamers van de in totaal 1600 kamers klaar. Hij heeft het gelezen in de Jamaicaanse krant. “Het nieuwe hotel staat zowat dagelijks in de krant” zegt hij. “In 2007 worden de deuren geopend”.

Over het onderwijs laat hij weten dat je tot ongeveer je 14e verplicht bent om naar school te gaan en dat kost helemaal niets. Veel jongeren willen helemaal niet naar school of ze haken af en als ze ‘gepakt’ worden belanden ze uiteindelijk in jongens- of meisjestehuizen. Op school heeft hij een zeer strenge leraar gehad die je met zijn broekriem sloeg als je niet oplette. Hij is er trots op dat hij de Primairy School heeft afgemaakt, hoe streng die leraar dan ook was. Want de school heeft er toch voor gezorgd dat hij kan lezen en schrijven, Donald ziet dat als meest belangrijke dat hem op school geleerd is.

Van de verkopers op straat moet hij niets weten. Hij weet wel precies te vertellen wie wat te koop heeft en hoe ze hun verkoop aanpakken. Een onbekende is Donald in de straten van Ocho Rios blijkbaar niet. De competitie op de craft-market vindt hij al helemaal een van de meest waanzinnige dingen die hij kent en dat vinden wij als toeristen ook. Op die agressieve verkoop-manier zouden ze het volgens hem helemaal niet aan moeten pakken. Laat die toeristen toch lekker hun gang gaan en als ze iets mooi vinden dan kopen ze het toch wel. Daar zijn helemaal geen onzinnige “pitt-bull” methodes voor nodig. En vandaag verkoop je misschien niets, maar morgen loopt het weer als de brandweer. Dan heb je je inkomen aan het eind van de maand toch ook? En ja, geef Donald daar maar eens geen gelijk in. "Schei toch uit met die belachelijke verkooptechniek waar toeristen een hekel aan hebben, daar schiet je niets mee op", aldus Donald.

Het zat hem een keer zo hoog, dat hij de craft-market opgelopen was om die verkopers voor eens en voor altijd duidelijk te maken dat ze toeristen juist van de craft-market afjagen in plaats van goede zaken met ze te doen. Binnen een minuut stond hij weer op de straten van Ocho Rios… Een nieuwe poging heeft hij daarna nooit meer gedaan.

Guinness bier Deze Jamaicaan heeft mijn vertrouwen absoluut gewonnen. Iemand alleen laten in de straten van Ocho Rios zou ik nooit gedaan hebben, maar nu is Donald erbij en intuïtief vertrouw ik hem tot en met. Achteraf gezien bleek dat ook volkomen terecht. Ik besluit daarom nog wat biertjes te halen in de supermarkt. Donald wil een warm Guiness biertje. “De smaak is veel voller als het biertje niet gekoeld is” en daar heeft hij nog gelijk in ook. Ik mag met mijn rugzak de winkel niet in en ik moet hem bij de ingang afgeven. Hij wordt bij wijze van spreken in vakje 12 gelegd en ik krijg een kartonnetje mee waar het cijfer 12 opgeschreven staat. Primitiever kan het niet, maar efficiënter ook niet.

Een verkoper die langs komt verkoopt als ik weer terug ben een asbak die gemaakt is van bamboe. De verkoper gaat er met een scherp mes de naam ‘Uprising’ inkerven. Donald spelt de naam U P R I S I N G voor de andere Jamaicaan die het er vervolgens inkerft. Woorden spellen doet Donald vaker. Dat hij zo een strenge leraar heeft gehad – en dat hij dus kan lezen en schrijven – dat zullen we weten ook. Het biertje is op, ik vind het een toffe vent en ik ben in die korte tijd toch aardig wat over Jamaica te weten gekomen. Het doet me tevens beseffen dat er (gelukkig) ook Jamaicanen bestaan die de hele aanpak met betrekking tot de toeristische industrie in Jamaica kunnen samenvatten met: "Mi jus’ a laugh of a dem…" Hoewel hij in het gesprek heeft laten weten dat hij ‘fooien geven’ belachelijk vindt (veel Jamaicanen verwachten een fooi voor bijna niets) geven we hem natuurlijk toch een aantal dollars. Dan kan hij vanmiddag in ieder geval nog een paar lekkere, warme Guiness biertjes halen als hij daar trek in heeft.

Bob Marley T-shirts @ Mama Marley's In de Gemshop schuin tegenover ‘Mama Marley’s – Jammin’ bar and grill’ ruilen we verkeerd aangekochte artikelen. Mama Marley’s is een shop in de hoofdstraat van Ocho Rios waar voornamelijk Bob Marley T-Shirts van het merk ‘Zion Wear’ worden verkocht. De eigenares van de winkel is – zoals de naam al aangeeft – Cedella Booker, de moeder van Bob Marley.

In de Gemshop hadden we al eerder een verkeerde maat T-Shirt gekocht en een rugzak waarvan een sluiting bij aankoop al gebroken was. Dat was – naast ReggaeXplosion – een prima reden om vandaag naar het centrum van Ocho Rios te gaan. Donald vertelden we dat we die spullen wilden ruilen en het zou ons volgens hem helemaal geen probleem op gaan leveren. “Die Indiërs doen vreselijk goede zaken hier in Jamaica. Ze hanteren goede prijzen, ze zijn uitermate klantvriendelijk en ze verlenen geweldige service. Daar valt werkelijk niets op aan te merken. Een nadeel is natuurlijk wel dat de goede zaken die ze hier doen niet ten goede komt aan de Jamaicaanse bevolking. In feite verpesten ze onze economie…”

Tja, daar moet je dan ook maar bij stilstaan als je een winkel binnenstapt waar je ontzettend goed geholpen wordt. Maar Donald had absoluut gelijk! En ook in het feit dat de omruil-actie geen enkel probleem opleverde.

Reggae Night ’s Avonds is er een Reggae Night in het hotel. Tot 22:00 uur wordt er van alles gedaan om de tijd op te vullen, de avondentertainment in RUI Ocho Rios is niet geweldig te noemen. Dat ging er in Renaissance Jamaica Grande (2001) toch heel anders aan toe. Maar vanaf 22:00 uur is het ‘showtime’. Verwend dat we zijn is het met geen enkele gerenommeerde reggae-artiest te vergelijken, maar de bedoelingen zijn goed zal ik maar zeggen. Er treedt in ieder geval een andere band dan de huisband op en dat is al heel wat. Precies op het juiste moment – ze speelden op dat moment diverse covers van goede artiesten – brandde het lampje van de camcorder roodgekleurd. Ze speelden langer dan de gebruikelijke afsluittijd van 23:00 uur. En dan zit de dag er alweer op. Morgen bellen we naar huis, want het is hoog tijd om Nederland weer eens wat van ons te laten horen vanuit het zeer geliefde Jamaica.

Nine Miles en Dunn’s River Falls

Het is al een tijdje geleden dat er een reisverslag op de FiYah weblog heeft gestaan, daarom bij deze een korte update. Vorig jaar (2006) ben ik naar Jamaica geweest omdat het enige, echte, grootste en  origineelste Reggae Festival ter wereld REGGAE SUNSPLASH na een tussenperiode van 9 jaar weer opnieuw leven ingeblazen werd.

Reggae Sunsplash werd in 2006 gehouden in Richmond Estate, Priory, St. Ann, nabij Ocho Rios. In december 2005 werden er diverse geruchten over Reggae Sunsplash gepubliceerd op internet, begin 2006 heb ik de reis naar Ocho Rios geboekt omdat de revival van Reggae Sunsplash een feit was!

Van de reis naar Jamaica zijn op de weblog al diverse verslagen gepubliceerd. Ze zijn te vinden in de categorie Jamaica 2006. Hoewel het onwijs veel energie en vooral ook tijd kost om de reisverslagen te maken, heb ik besloten ze weer op te pakken en daarom ga ik bij deze verder waar ik gebleven was. Om precies te zijn is dat dinsdag 1 augustus 2006, de dag waarop ik Nine Miles en de Dunn’s River Falls heb bezocht.

 

Nine Miles en Dunn’s River Falls

Kaartjes voor Reggae Sunsplash hebben we al lang. In de centrale hal van het hotel verschijnt ineens een kraampje met Reggae Sunsplash posters, T-shirts, flyers, folders en natuurlijk verkopen ze er ook kaartjes. Gelijk maar eens een T-shirt en een poster halen, dan zitten die ook weer in de pocket. Eenmaal bij het kraampje aangekomen blijkt dat echter niet mogelijk. “De posters zijn slechts voor reclamedoeleinden bedoeld en een T-shirt krijg je alleen als je kaartjes koopt.” Duidelijk antwoord, maar je schiet er zo weinig mee op. Ik mag wel een poster komen halen als ze het kraampje afbreken. “Mag ik er dan misschien ook twee?” vraag ik. “Nee, je krijgt er maar één.” “Ik hoorde dat jullie een shuttle-busje hebben, klopt dat?” “Ja, dat klopt maar die is alleen bedoeld voor mensen die kaartjes bij ons kopen.” Je hebt van die momenten dat je in nog geen minuut heel vaak bot vangt en dit was er één van…

Naderhand ga ik er nog eens over nadenken. “Te voorbarig geweest met het kopen van kaartjes?” is
mijn eerste gedachte. Grote flauwekul bij nader inzien, want je kan er niet voorbarig genoeg mee zijn. Reggae Sunsplash is de reden waarom je naar Jamaica gaat, alle kaartjes voor alle dagen heb je al dus waar gaat het voor de rest nog over? “Je mag een poster komen halen als we het kraampje afbreken.” Wanneer breken ze dat kraampje dan precies af? Is dat op de laatste dag van Reggae Sunsplash, is dat een dag later, hoe laat gaan ze dat doen? Toch altijd fijn, half bakken afspraken. En wat een stomme streek trouwens van die lui om geen Reggae Sunsplash T-shirts te verkopen. Ze zouden goed verkocht worden, dat weet ik zeker! Weet je, dat hele kraampje en die bullshit verhalen over posters en T-Shirts zet ik lekker uit mijn gedachten. Je schiet er namelijk zo bar weinig mee op om je daarmee bezig te houden gezien de antwoorden die ze geven. Wel gris ik nog wat flyers en folders weg als ik die naderhand op het kraampje zie liggen. Het viel me nog mee dat er geen voorwaarden aan de flyers en folders verbonden waren 😉

Vandaag (dinsdag 1 augustus 2006) gaan we naar Nine Miles en naar de Dunn’s River Falls. We hebben flink wat bagage bij ons. Naast alle standaard bagage wil je na de Dunn’s River Falls toch wel weer in droge kleren terug. Naar Nine Miles op Emancipation Day, hoe mooi kan het zijn. Op Emancipation Day wordt namelijk de afschaffing van de slavernij gevierd. Voor deze dag is het niet het geval, maar als een feestdag in Jamaica op een zondag valt dan wordt die naar de maandag verplaatst. Best handig, want op die manier hoef je nooit je agenda erop na te slaan of de feestdagen een beetje gunstig vallen dit jaar. Dat is op die manier namelijk altijd het geval. Op weg naar Nine Miles rij je door “Vern Gully, een drooggelegde rivier met heel veel soorten varens die alleen in Jamaica voorkomen. Het is echt een prachtige weg. Het busje moet in Vern Gully stoppen omdat er een Jamaicaan midden op de weg staat. Hij staat op stelten en heeft een hoed van bloemen op, zijn stelten zijn versierd met bloemen, eigenlijk is alles met bloemen versierd. Als je hem wilt tippen dan kun je je geld op de weg gooien, dat raapt hij straks dan wel weer op. Langs Vern Gully staan ook diverse kraampjes en winkeltjes. Op weg naar Nine Miles wordt er in de bus veel verteld over Rastafari, Reggae, Rasta’s, Bobo Ashanti, ital food, The Twelve Tribes of Israel en natuurlijk ontbreekt ook een korte biografie van Bob Marley niet.

De rit naar Nine Miles valt reuze mee. In 2001 leek dat echt veel langer te duren en minder makkelijk te verlopen in verband met de kuilen in de weg. Eenmaal in Nine Miles aangekomen valt het me op dat de ingang naar beneden is verplaatst. Voorheen zat je gelijk al op het goede level, nu moest je een hoge trap op naar boven toe. Overal hangen borden met de tekst “Smoking is prohibited”, dat had ik voorheen ook niet gezien. Bij aankomst drinken we eerst wat. Die Red Stripe (niet te verwarren met een “Blue Stripe” dat staat voor een politieagent) moet redelijk snel achterover gegooid worden, want het drinken mag niet mee tijdens de toer. Water is wel toegestaan. De gids die we meekrijgen heet Crazy. Op TV heb ik een reisprogramma gezien, waarbij ze ook naar Nine Miles gingen. Die gids heette ook Crazy en hij legde uit dat hij die naam gekozen heeft omdat hij zo crazy lacht. Tijdens de toer ben ik hem nog tegengekomen. Anyway: dat overdreven lachen deed onze gids dus ook en hij heette ook Crazy. Hoe verwarrend of juist uniform kan het allemaal zijn. Als je naar boven loopt, dan liggen de opa, oma, een tante en een oom van Bob Marley aan de rechterkant begraven. Het graf van de oom is maar klein omdat hij jong overleden is. De rondleiding is allerminst serieus, er worden enorm veel “grapjes” gemaakt. De gids moest zijn nickname natuurlijk waar maken en dat is hem absoluut gelukt. Het irriteerde me aardig. Veel mensen in de groep vonden het geweldig, ik vond het tegen het respectloze aan. Omdat er zoveel tijd was voor grapjes werd alleen het hoognodige verteld. We zien opnieuw het kleine stukje terrein waar feesten / optredens worden gegeven op herdenkingsdagen zoals 6 februari, wat natuurlijk de geboortedag van Bob Marley is. Crazy besteedt er helemaal geen aandacht aan, hij heeft het te druk met het maken van grappen en vooral ook met het lachen om zijn eigen grappen. Niet alleen Crazy is in een jolige bui, ook sommige mensen uit het gezelschap voelen zich helaas geroepen om allerlei flauwe grappen en geintjes te maken. Ook over de Sycamore Tree (The Freedom Tree) die voor het mausoleum staat en speciaal ingevolgen is vanuit Ethiopië rept Mr. Crazy guide geen enkel woord. We bezoeken het huis waarin Bob Marley opgroeide. De keuken die zich daarnaast bevindt wordt verbouwd dus dat was blijkbaar ook geen aanleiding om de groep daar iets over te vertellen. Van meet af aan vond ik de rondleiding slecht en heb Nine Miles daarom, afgezonderd van de groep en Crazy, op mijn eigen manier bezocht. Ik ben naar Nine Miles gekomen en dat heeft voor mij een speciale reden. Hier rust de enige Reggae Profeet die de wereld gekend heeft en ooit gekend zal hebben, die op veel te vroege leeftijd van ons heengegaan is. Ik ben naar Nine Miles gekomen om mijn respect voor het werk en leven van Bob Marley te tonen. Aan Robert Nesta Marley die tijdloze songteksten heeft geschreven die in deze zwaar ontregelde wereld steeds meer van toepassing blijken te zijn. En zowat alles dat ik in 2006 in Nine Miles hoor zijn bijna alleen maar geintjes. De gids en het gezelschap interesseren me daarom niet en daarom probeer ik zoveel mogelijk mijn eigen tour te houden waarbij er juist wel oog is voor respect, erbij stilstaand hoe het leven van Bob Marley verlopen is, wat hij voor Jamaica en voor de wereld betekend heeft, enzovoorts. Omdat ik voornamelijk mijn eigen gang ging ben ik voor de verandering rondom het mausoleum gelopen. Aan de achterkant van het mausoleum zag ik tot mijn verbazing een raam dat ingezet was met glas-in-lood. Er is een leeuw op afgebeeld en velen die Nine Miles hebben bezocht zullen het niet gezien hebben denk ik. Uiteraard had ik er meteen een foto van genomen. Binnenkort gaat mijn vader er Tiffany van maken, een variant op glas-in-lood zeg maar. Mijn vader heeft twee rechter handen dus dat zal absoluut goed komen, daar twijfel ik geen moment aan. Wel heb ik het verhaal van Crazy over de steen die er ligt aangehoord. Bob Marley lag er vaak met zijn hoofd op ter inspiratie. Die steen in Nine Miles komt ook terug in het liedje “Talking Blues”. The lyrics goes like: “Cold ground was my bed last night (bed last night). And rock was my pillow, too; (doo-oo-oo-oo-oo!)”. Crazy gaat op de steen zitten en demonstreert hoe Bob Marley er een spliff maakte en rookte. Het is schoolvakantie en de Jamaicaanse kinderen van de gidsen dreunen na een aanzetje van de gids de teksten: Jaaaahhhhh Rastafari, Ever Living, Ever Faithfull, Ever Sure, Selassie I The First, op. Dan is het tijd om het mausoleum binnen te bezoeken. Dit is werkelijk het enige moment van de hele toer dat Crazy serieus is en respect toont. Er is het een en ander veranderd in vergelijking met 2001 toen ik er ook was. Nu staat er bijvoorbeeld ook een foto van Anthony Marley en bij het kleine altaar staan en hangen weer allerlei andere kleine dingetjes. Nu heb ik ook het idee dat er bij wijze van spreken wel dagelijks iets verandert op Nine Miles. Zo werd er op het moment dat ik er was weer een nieuw verblijf bijgebouwd. Dit was op verzoek van Cedella Booker (de moeder van Bob Marley) als ik het goed heb. Toen ik Nine Miles in 2001 bezocht werd er verteld dat het onderliggende deel van de tombe gereserveerd was voor Cedella Booker, de moeder van Bob Marley. Die ruimte heeft zij inmiddels afgestaan aan Anthony Marley, haar zoon en broer van Bob Marley die in 1990 in Miami doodgeschoten werd door de politie. In 2001 had hij er dus eigenlijk al kunnen liggen. Helaas ben ik vergeten de gids te vragen waar hij in de tussenliggende periode heeft gelegen en wat de aanleiding van Cedella Booker is geweest om hem naar Nine Miles te verplaatsen. Dat is echt een gemiste kans, want op internet is er weinig over te vinden. De informatie over Anthony Marley is zeer beperkt en het wel en wee omtrent Anthony Marley en Nine Miles is helemaal niet te vinden. (Anyone?) Over de tombe waarin Bob Marley ligt is een kleed gelegd waarop de tekst staat: “I asked God for a friend and God sent me you”. Ik vind het een onwijs mooie tekst. Waar ik nog wel bij stil sta is dat ik de gids vraag of het gerucht dat Bob Marley in Ethiopië herbegraven wordt nog van kracht is. Zeer stellig en aardig fel laat hij weten dat dit absoluut niet het geval zal zijn. Bob Marley is en blijft voor altijd in Jamaica!

De toer vind ik redelijk chaotisch en veel te snel verlopen. Nu weer dit en dan meteen weer dat. De groep is alweer heel ergens anders, terwijl je op je gemak nog wat foto’s wilt nemen, de dingen goed in je op wilt nemen, je voor wilt stellen hoe het destijds is geweest. Als je een excursie voor de tweede keer doet, dan loop je altijd het risico dat het tegenvalt, daarvan was ik me voor de toer al terdege bewust. En helaas is dat ook gebleken. Dit bezoek aan Nine Miles is niet te vergelijken met de toer in 2001. Nine Miles wilden wij toen ook boeken, maar er was geen animo voor. “Jammer hoor, dat we daar niet naartoe kunnen”. Ehhh… wat zeg ik nu weer voor stomme dingen! Dat er geen excursie te boeken is wil niet zeggen dat je er niet naartoe kan! Kom op zeg! Je bent in Jamaica, Nine Miles is niet al te ver weg vanaf Ocho Rios, dus waarom zou je daar niet naartoe kunnen gaan? Je houdt een taxi aan, je spreekt een goede prijs af en je gaat! Ja toch? En zo hebben we dat in 2001 (weliswaar noodgedwongen) dan ook gedaan. En dat kan ik een ieder dan ook ten zeerste aanbevelen! Organiseer lekker zelf je eigen excursie! Qua prijs zal het er om hangen wat goedkoper of duurder is, dat ontloopt elkaar niet veel. Onlangs had ik er zelfs nog een discussie over, dat het zelfs veel goedkoper is om op eigen initiatief naar Nine Miles te gaan. Maar dan komen de entreegelden er weer bij, etc. Hoe dan ook, financieel zal het elkaar niet veel ontlopen heb ik het idee. Dus hadden we Nine Miles ook maar zelf geregeld dit jaar, dan zouden we niet met de respectloze gids en gezelschap opgescheept zijn, maar al doende leert men. Een voordeel van je eigen excursie regelen is in ieder geval dat je niet hoeft te rennen en te vliegen, je bepaalt zelf je eigen tijd. De taxi-chauffeur wacht zonder problemen wel op je terwijl hij de Higher Heights in Nine Miles opzoekt. In 2001 kregen we als gids Bongo Joe mee. Hij begon de toer met de opmerking dat als het te snel ging, dat hij het dan opnieuw zou zeggen, het opnieuw uit zou leggen. En inderdaad, al vroeg je de beste man het nog een keer uit te leggen, dan deed hij dat gewoon. En vroeg je dat tot twee keer aan toe, dan legde hij wat hij wilde zeggen gewoon nóg een keer uit, ook dat was geen enkel probleem. Bongo Joe wist ook een sfeer te creëren waarbij je je lekker op je gemak voelde. Dat je tijdens de toer van top tot teen kippenvel kreeg. Hij wist met zijn houding en zijn stem iets boven-werkelijks bij me te creëren. Als je Nine Miles voor de eerste keer bezoekt dan maakt dat een heel andere indruk, daar ben ik mij van bewust. Maar desondanks is de toer met Bongo Joe in geen enkel opzicht te vergelijken met onze grappenmaker Crazy en sommige mensen uit het gezelschap die een wedstrijdje aan het doen waren om nog leuker te zijn dan de gids zelf. Bongo Joe leidt mensen op Nine Miles helaas niet meer rond gezien zijn leeftijd, maar zijn zoon doet dat nu wel. We hebben hem nog even gesproken en lieten hem weten dat de toer met zijn vader in 2001 in één woord fantastisch was. Hij zou de groeten van ons overbrengen aan zijn vader en ik weet echt zeker dat hij dat ook heeft gedaan. In de voetsporen van zijn vader leidt de zoon van Bongo Joe mensen nu op dezelfde manier rond zoals Bongo Joe dat ook deed. Mocht je naar Nine Miles gaan, sla dan een aantal tours met grappenmakers over totdat de zoon van Bongo Joe je rond kan leiden. Hij is voor zover ik weet de beste, meest serieuze gids die op Nine Miles te vinden is.

Na het bezoek aan het Bob Marley mausoleum in Nine Miles rijden we terug naar Ocho Rios en we bezoeken de Dunn’s River Falls. Het is Emancipation Day vandaag dus ook veel Jamaicanen maken vandaag een uitstapje. Op de parkeerplaats is het de bedoeling dat je je al omkleedt en mensen die geen waterschoentjes hebben kunnen ze aan het begin van het terrein huren. De gids neemt de fotocamera’s van mensen uit het gezelschap mee om onderweg foto’s te maken. We gaan een best wel lange trap naar beneden. Daarom zit me te bedenken dat het best wel een klim zal zijn om in de waterval weer naar boven te gaan. Dat viel achteraf reuze mee, maar goed. Het eerste stuk is het moeilijkst. Je kan er geen makkelijke stappen nemen omdat de rotsen redelijk ver van elkaar verwijderd liggen. Onderweg maakt de gids met de camera’s die hij meegekregen heeft diverse foto’s van de mensen van wie de camera is. Op een gegeven moment komen we op vlakke plateautjes aan en ik denk dat we het moeilijkste en steilste deel nu wel hebben gehad. We gaan de hoek om en er staat een enorm hoge rots op ons te wachten! Ogenschijnlijk lijkt het een hele klus, maar hij is makkelijker te beklimmen dan het eerste deel van de waterval. Onderweg moesten we ook onder een viaductje door. De tour is erg leuk om te doen en zeker de moeite waard. Als je in Ocho Rios bent, ga er dan zeker eens heen. Na het beklimmen van de waterval rijden we terug naar het hotel, dat is maar een klein ritje. We hebben een Red Stripe verdiend en s’avonds speelde er in het hotel nog een goede steelband die het gezegde “dat zwingt de pan uit” absoluut heeft waargemaakt. In 2004 hadden we dezelfde band ook in Holiday Inn Sunspree Resort (Montego Bay) gezien en ook toen vonden we het een prima optreden.

Jamaica 2006 – Rio Grande

Rio Grande

De kaart hierboven geeft al aan dat de excursie naar de Rio Grande best een tripje gaat worden. Klik op de kaart voor een een vergroting. In de maand mei valt er over het algemeen aardig wat regen in Jamaica, maar toen is het kurkdroog gebleven. Dat de regen uitgesteld was werd wel duidelijk tijdens de eerste week van de vakantie . “Jamaican snow” of “liquid sunshine” zoals regen in Jamaica ook wel wordt genoemd valt namelijk best regelmatig, maar irritant is het niet. De temperaturen dalen er nauwelijks van en een bui duurt maar kort. De mate van neerslag varieert van heftige regenval tot de buien die we hier ook kennen. Wat wel merkbaar is, is de luchtvochtigheid na een regenbui. Die neemt dan duidelijk toe.

In 2001 heb ik ook geraft op de Rio Grande. Helm op, beschermende kleding aan, heftige stroomversnellingen en bijna overboord gegooid worden? Nee helaas, helemaal niets van dit alles. De Rio Grande toer is een tocht waarbij je op een heel rustige manier veel van de natuur te zien krijgt. Omdat het echt een schitterende tocht is, is dit absoluut een aanrader.

Om 08:00 uur worden we opgehaald en de bus is al best wel gevuld met onder andere mensen die deze toer doen vanuit Montego Bay. Dat geef ik je te doen, want dan zit je bijna de hele dag alleen maar in de bus. Bij “Rooms at The Beach” (vlak voor Sunset Jamaica Grande in Ocho Rios) halen we nog wat mensen op en de groep is compleet. In dit artikel wordt voor de goede orde ook informatie gepubliceerd zoals ik die tijdens de excursie te horen heb gekregen.

In 2001 hebben we ontbeten bij “Lovely Spot” in Oracabessa (zie de kaart) dat ongeveer 25 km van Ocho Rios af ligt. Dit jaar wordt het ontbijt overgeslagen. Veel ontbijten en lunches zijn dit jaar niet bij de excursies inbegrepen wat ik wel een minpuntje vind. Oracabessa rijden we dus voorbij. Het is de woonplaats van de James Bond schrijver Ian Flemming geweest. In Jamaica worden veel plaatsen en andere dingen “Golden…” genoemd wat afgeleid is van het huis van Ian Flemming dat “Golden Eye” heet. In dit huis kun je je vakantie ook doorbrengen, maar betaalbaar is het niet. In Jamaica zijn de James Bond films Dr. No en Live and Let Die (gedeeltelijk) opgenomen.

De vele bochten, kuilen, opbrekingen en gaten in weg, maar ook de genoemde regen vertragen de reis; het schiet niet echt op. Aan de rechterkant van de weg is op een gegeven moment een vliegveldje waar je niet graag zou vertrekken. In de bosjes liggen namelijk allemaal wrakstukken van vliegtuigen die niet opgeruimd zijn. Zolang niet duidelijk is waarom ze opgeruimd zouden moeten worden, blijven ze daar lekker in de bosjes liggen. Nog iets verder rijden we langs het huis van schrijver Noël Coward dat “Fire Fly” heet. Het huis ligt dermate ver van de weg af, dat je er helemaal niets van ziet. Mensen als Winston Churchill kwamen er regelmatig op bezoek. Vervolgens rijden we door het plaatsje Port Maria, het hoofstadje van de provincie St. Mary. Het groeiproces van bananen wordt in de bus uitgeled en even later maken we een korte stop, waar we rechte bananen zien groeien. Als we daarna verder rijden komen we toch aardig wat Jamaicanen met een pushkart tegen. De lage pushkarts zijn standaard karretjes om het een en ander mee te kunnen vervoeren. Dat ze door de Jamaicanen zelf zijn gemaakt kun je makkelijk zien: ze rammelen aan alle kanten. Op de verhoogde pushkarts zijn meestal winkeltjes gebouwd. En natuurlijk worden er ook wedstrijden mee gehouden; wie kent de film “Cool Runnings” niet. (“Sanka, yuh dead?” “Yah man!”) De volgende stop is in Buff Bay. (zie de kaart) In 2001 zijn we hier ook gestopt. Er is een winkeltje en je kan de weg oversteken om de zee te zien. Hier zijn sommige delen strand zwartgekleurd wat komt omdat Jamaica uit lava is ontstaan.

Op weg naar de Rio Grande maken we ook een stop in het plaatsje Port Antonio. (Zie de kaart.) Voor Port Antonio ligt een eiland dat Navy Island heet. Het is het eiland van acteur Errol Flynn. In het dorp zelf valt niet echt veel te beleven. Het is zondag en alle winkels zijn dicht. Veel mensen lopen richting de kust, we besluiten om juist de andere kant op te lopen naar het dorp. We komen in de buurt van het tankstation uit bij een gebouwtje waar een aantal Jamaicanen zitten. Er komt een man naar ons toe met de vraag of we zijn CD willen kopen. Eerst zegt hij dat de muziek van zijn band op de CD staat; hij is zelf keyboard-player. Even later vertelt hij dat er muziek van Sugar Minott op de CD staat. Dus ja, wat staat er nou eigenlijk voor muziek op de CD die de Jamaicaan ons wil verkopen? Als we zeggen dat we uit Nederland komen zegt hij (zoals zovelen) dat hij daar heel veel kennissen heeft en hij gaat ook wel eens naar Zwitserland op vakantie. Iemand die CD’s verkoopt in de straten van Port Antonio gaat ook op vakantie in Zwitserland; het is allemaal mogelijk in Jamaica. Vlak voor we de bus weer ingaan, zien we een klein winkelcentrumpje dat gerenoveerd wordt. We denken dat het voorheen een kerk is geweest en maken er een foto van. Even later spreken we iemand die er aan het verbouwen is. Eindelijk weer eens een local die niet van non-sense houdt. Hij maakt ons erop attent dat het de bedoeling van de architect is geweest om zoveel mogelijk bouwstijlen in één gebouw onder te brengen. En inderdaad, er zijn ook Engelse en andere bouwstijlen te zien. De bus zit alweer vol en het gezelschap moet regelmatig op ons wachten omdat we als laatste instappen. We willen zoveel mogelijk zien van het land, van de cultuur, met mensen een gesprekje aangaan, etc. maar de Babylon Bus keeps on moving…

Voordat we gaan raften, gaan we eerst naar de Frenchman’s Cove om te lunchen. Dit is een van de mooiste baaien / stranden die Jamaica rijk is. Reisleidster Karin vertelt onderweg dat de Blue Lagoon niet meer bereikbaar is als gevolg van de orkaan Ivan. De weg is helemaal vernield. Ook is de Blue Lagoon vanaf de Frenchman’s Cove niet meer bereikbaar omdat er geen bootjes meer naartoe varen. Dat boottochtje hebben we in 2001 wel genomen maar inderdaad, de Frenchman’s Cove is nu afgezet met een touw van rots tot rots waar drijfballen aan hangen en bootjes varen er ook niet meer. De baai heeft de naam Frenchman’s Cove gekregen om dat de Fransen zich er ten tijde van oorlog schuil hebben gehouden totdat de kust weer veilig was. Ze vertrokken vanaf hier naar Haïti, wat ook een Franse kolonie was. Tijdens het eten in de Frenchan’s Cove begint het flink te regenen. Iedereen pakt zijn bord op om onder een zeiltje te kunnen schuilen en verder te kunnen eten. Jammer, maar het is niet anders. De baai is ondanks de regen weer erg mooi. En zo erg vind ik het eigenlijk niet; Jah reign and rule over everything…

Raften werd aanvankelijk gebruikt voor de transport van bananen. Aan “Captain worden” waarmee je toeristen de rivier stroomafwaarts laat gaan, gaat een stageperiode van 3 tot 6 jaar aan vooraf. In die periode moet men de bamboe-bootjes naar boven brengen, tegen de stroom in. Ze worden dus niet in een vrachtwagen geladen en naar boven gereden wat je logischerwijs zou denken. Op die manier leert de toekomstige Captain waar de rivier diep en ondiep is, welke obstakels er in de rivier zitten en waar de stroomversnellingen zijn. Een stagiar doet daar ongeveer 4 uur over en krijgt er het schandalige bedrag van ongeveer US $ 5 voor betaald. Volgens onze Captain Glenn zijn er ook stagiars die helemaal geen Captain willen worden omdat ze de verantwoordelijkheid met toeristen erop niet willen dragen. Glenn zelf verdient volgens reisleidster Karin ongeveer US $ 25,00 aan de tocht die twee uur duurt. Als Captain kun je ook uitgeloot worden en die dag dus geen vaart hebben. De meeste Captians zijn naast het raften ook boer of ze hebben een winkeltje.

De tocht over de Rio Grande is weer schitterend. Het is echt fantastisch om afgezien van het geluid dat de bamboestok van de Captain in het water maakt voor de rest helemaal niets te horen. Ik vind het een soort meditatie, een bepaalde rust, een vorm van bezinning. De natuur is schitterend, de hele omgeving waar je in verkeerd is geweldig. Onderweg komen afgezien van een paar koeien maar weinig dieren tegen. Kalkoengieren lijken de overhand over de Rio Grande te hebben. Ze vliegen hoog in de lucht waarbij ze op de luchtstromen deinen waardoor ze hun vleugels maar zelden hoeven te gebruiken. Af en toe komen we ze ook in groepjes op de grond tegen. Door het heldere water kun je duidelijk zien dan de Rio Grande soms aardig ondiep is. Glenn neemt andere routes dan de rest en denkt daarbij beter af te zijn. Een ervaren indruk maakt hij daar niet echt mee. En al helemaal niet als hij tot twee keer aan toe zijn evenwicht verliest waarbij ik werkelijk denk dat hij van de raft valt. Maar hij wist zich goed te herstellen. Dit keer gaan alle rafts op één na om de rots heen die je op een gegeven moment tegenkomt. In 2001 gingen we juist wel allemaal door de rots heen. Hoewel het bewolkt was, was het evengoed lekker weer. En regenen deed het gelukkig niet. Hoe mooi de toch is geweest, is eigenlijk met geen pen te beschrijven.

Op de heen- en terugweg zien we veel mensen op de fiets, mensen die in zondagskleren langs de weg lopen, kinderen die voetballen op voetbalveldjes. Bepaalde stukken weg zijn erg mooi vanwege al het groen. Echt schitterend. De terugweg gaat veel langer duren dan verwacht. Het wordt al donker en pas om 20:30 uur zijn we pas terug. In de bus zitten mensen die nog naar Montego Bay moeten, ik geef het ze te doen.

Teruggekomen op het resort drinken we nog wat en het avondentertainment is al begonnen. Het zijn simpele zoet-houd spelletjes, maar ja. Op het podium staat een stoel en het is de bedoeling dat iemand uit het publiek na het stellen van een vraag in die stoel gaat zitten en het antwoord geeft. De vragen beginnen simpel. Ze laten een stukje muziek horen en dan moet je zeggen wie het zingt. Soms is het een gevecht tussen de mensen om als eerste in de stoel te zitten. Als je het goede antwoord geeft dan verdien je daar punten mee. De vragen worden steeds moeilijker waarbij antwoorden worden verwacht zoals: in welke film wordt deze muziek gespeeld, wie is de artiest, hoe heet het nummer en in welk jaar is het uitgebracht. Op een gegeven moment draaien ze Jammin’ van Bob Marley. Gevraagd wordt om welke artiest het gaat, in welk jaar hij geboren is, in welk jaar hij overleden is en hoe het nummer heet. Er hebben al een paar mensen in de stoel gezeten, maar de antwoorden die gegeven worden zijn niet juist. Men besluit het niet bij deze vragen alleen te laten. Er komen namelijk vragen bij, maar het aantal punten dat je hiermee kan winnen wordt verhoogd naar 50, terwijl andere vragen 10 of 20 punten opleveren. De extra vragen kreeg je ook pas te horen als je in de stoel zat, dus vooraf nadenken of overleggen was er niet bij.

Er hebben al heel wat mensen in de stoel gezeten en een gevecht om in de stoel te zitten is het al lang niet meer. Op een gegeven moment zit er een Jamaicaan in de stoel die niet kan zeggen wie de moeder van Bob Marley is. Ik zit me eraan te verbijten en daarnaast leek het spelletje ook op een dood spoor uit te lopen. Let’s blaze up some FiYah! Dus ben ik naar de stoel gelopen en ben gaan zitten; kom maar op met die al bekende en nog niet bekende vragen. Het gaat om Bob Marley dus ze moeten diepgaande vragen gaan stellen wil ik het antwoord niet weten heb ik het idee. Hier komen de vragen:
Wat is de volledige naam van de artiest? 
Wat is de naam van zijn moeder?
Noem drie zoons van Bob Marley.
Geboortejaar van Bob Marley? 
Het jaar waarin hij overleden is? 
Tussen de vragen door word ik door een meisje van het animatieteam aangekeken alsof ik van Mars kom. Ze snapt niet waar ik de antwoorden vandaan haal. De nieuwe, nog niet bekende vraag:
Wat is de geboorteplaats van Bob Marley? 
“Nine Miles what?” wordt er gevraagd. 
Als ik het antwoord geef dan is het hek voor de mensen van het animatieteam helemaal van de dam, terwijl de vragen nog uiterst basic zijn. Laatste vraag:
Hoe heet het nummer dat je hoorde?
Met deze antwoorden word ik de winnaar en krijg daarom naast een flesje Appleton Rum die iedereen krijgt ook nog een T-Shirt van RIU.

In dit artikel staat maar één afbeelding. Dat is bewust gedaan omdat bij dit artikel ook een nieuw fotoalbum hoort! Klik hier om het album te bekijken. 
Tip: klik op “diavoorstelling” na het opvragen van de pagina. Dat kijkt het prettigst en makkelijkst. Vergeet niet om op “start” te drukken.

Reisverslagen; wat vind jij ervan?

Damian Marley @ Reggae Sunsplash 2006

Voordat ik dit jaar naar Jamaica ging dit jaar heb ik een poll gehouden. Die poll luidde: "Reisverhalen uit Jamaica zijn leuk om te lezen". Van de in totaal 28 stemmen zeiden 23 bezoekers "Ja" en 5 bezoekers "Nee".

Op de aankondiging dat ik naar Jamaica en dus ook naar Reggae Sunsplash zou gaan heb ik onwijs veel reacties gehad (30 stuks). Op het bericht "FiYah back from Yard" (dus dat ik weer terug van Jamaica was) heb ik ook erg veel reacties gekregen, 25 stuks maar liefst! Voor de goede orde zijn in de genoemde aantallen ook mijn eigen reacties meegeteld.

Ik heb nu een paar reisverslagen op de weblog gepubliceerd. Zulke grote aantallen reacties als ik op de bovenstaande berichten heb gekregen verwacht ik helemaal niet op de reisverslagen, integendeel! Aan de andere kant wordt er nauwelijks gereageerd op de reisverslagen. Begrijp me goed; niemand hoeft op de reisverslagen te reageren!

De aantallen reacties zijn voor mij echter een graadmeter of de reisverhalen op de weblog inderdaad interessant zijn om te lezen of juist niet. Ik heb namelijk helaas geen andere graadmeter.

Ik vraag me gezien het voorgaande af of er misschien iets aan de reisverslagen veranderd zou moeten worden of niet. Zomaar een vraagje tussendoor hoor; vat het zeker niet te zwaar op! Waar ik zelf aan kan denken is: ze zijn te lang, de inhoud spreekt misschien niet aan, je hebt zelf heel andere ervaringen in Jamaica opgedaan die niet overeenkomen met wat ik publiceer, de details mogen weggelaten worden, het gaat je voornamelijk om Reggae Sunsplash maar zowat alles van de vakantie komt aan bod, van dat soort dingen.

Hoewel dit geen poll is wil ik je vragen om me te laten weten wat je tot op heden van de reisverslagen vindt. Dit kun je doen door op dit bericht te reageren. Daarbij zijn – zoals het altijd al is geweest – geen persoonlijke gegevens nodig. Je mag opgeven dat je Koningin Beatrix heet en de velden "E-mail adres" en "URL" kun je gewoon leeg laten.

"Reisverslagen" en "reisverslagen" zijn appels en peren. Dat kan variëren van "De vakantie was te gek, Reggae Sunsplash vergeet ik mijn hele leven niet meer en Jamdown rulez!" tot en met reisverslagen zoals ik ze publiceer (denk ik). "FiYah weblog" onderhoud ik deels voor mijzelf, maar voornamelijk voor de bezoekers. (Binnenkort staat er weer wat aan te komen als het goed is, maar daarover later meer.) Als bezoekers dingen graag anders zouden willen zien (en dat geldt niet alleen voor de reisverslagen!) dan hoor ik dat graag. "Speak out loud!" zou ik willen zeggen. Want jouw mening telt!

Jamaica 2006 – Kaartjes voor Reggae Sunsplash halen

Wie het vorige verslag heeft gelezen weet dat de kaartjes
voor Reggae Sunsplash volgens de Engelse afdeling van RIU te krijgen zijn bij
Irie FM en bij het Jamaica Tourist Board. In het hotel hebben we alleen maar
geld voor de taxi gewisseld, omdat de koers er ongunstig is. In het plaatsje
Ocho Rios zelf kun je namelijk geld wisselen zoveel als je wil voor een
schappelijke koers. Ik vraag de taxichauffeur ons af te zetten bij Irie FM.
Hoewel dit radiostation ook in Ocho Rios ligt, ligt het toch een eindje van het
dorp zelf af. Bij Irie FM stappen we uit, de taxichauffeur gaat er vandoor en
hoe we terug komen zien we wel.

Het nogal kleine gebouwtje (ik had het veel groter verwacht voor één van de
grootste radiostations op Jamaica) wordt beveiligd door iemand die bij de ingang
staat. Al heel snel wordt duidelijk dat IrieFM helemaal geen kaartjes voor
Reggae Sunsplash verkoopt.  “Maar”, zegt de jongen “Je kan ze wel krijgen bij
autobedrijf D&S dat hier heel dichtbij zit.” Na een leuk gesprek met de
beveiliger van Irie FM gaan we naar D&S. We komen uit op de hoofdweg van Ocho
Rios, maar dan toch nog wel een heel stuk buiten het centrum. En inderdaad zit
daar autobedrijf D&S. Naar binnen hoeven we alleen niet, want zoals gezegd
hadden we alleen geld gewisseld voor de taxi en Euro’s worden niet geaccepteerd
in Jamaica. Ja, die worden wel geaccepteerd, maar dan gelden ze als Dollars, dus
US $30 = €30. Over ongunstige koersen gesproken. Dus bedenken we weer een ander
plan:  we lopen terug naar het centrum van Ocho Rios, daar wisselen we geld en
vervolgens gaan we naar het Jamaica Tourist Board om kaartjes te kopen. Want
daar hebben ze ze immers ook. De wandeltocht terug is een erg leuke tocht. Geen
toerisme, geen commerciële toestanden; mensen die oprecht een praatje met je
willen maken zonder de US dollars uit je portemonnee te willen praten. Omdat het
nogal warm en broeierig is kopen we onderweg een flesje koude frisdrank. Even
later rusten we even uit bij een Katholieke kerk.

Jamaica wordt al gauw in verband gebracht met de Rastafari Movement, terwijl
andere geloven de boventoon voeren. De meeste bewoners zijn Protestant. Op
 Jamaica is de diversiteit aan religies relatief gezien het grootst. Gemeten in
vierkante kilometer als ik het goed heb. Zo kun je denken aan  de Protestanten,
Katholieken, de Orthodox Curch, de Methodist Curch, Jehovah’s Witness, de Church
of Scientology, enzovoorts, enzovoorts. Bijna elke religie die bestaat komt op
Jamaica wel voor. Het overgrote deel van de bevolking heeft in ieder geval geen
dreadlocks en lang niet iedereen met dreadlocks is ook werkelijk een Rasta. Over
het algemeen wonen de echte Rasta’s in de bergen. Daar vind je zelfstandige
Rastafari Communities die niets met steden te maken willen hebben. In steden kom
je echte Rastafarians dan ook bijna niet tegen.

Maar goed, bij de Katholieke kerk rusten we dus wat en er komt een Jamaicaan
naar me toe gelopen die vreselijk moet lachen, alsof ik hem net een fantastische
grap heb verteld. Hij schatert het uit. Onder het lachen door vraagt hij een
sigaret en die geef ik hem. En weg is hij weer. Ik ben er een beetje verbaasd
over, vind het tegelijkertijd ook wel erg grappig moet ik zeggen. Het zijn een
van die dingen die je op een of andere manier niet meer vergeet.

Na de pauze lopen we door en het eerste bekende dat ik tegenkom in Ocho Rios is
de muur waarop een afbeelding van Bob Marley staat afgebeeld. Even verder komen
we in de buurt van Sunset Jamaica Grande, het hotel waar we in 2001 verbleven.
De invalide man met twee houten benen staat nog steeds bij dezelfde boom geld te
bedelen. We zijn inmiddels vijf jaar verder en die man die staat daar dus nog
steeds. Keihard word je maar weer eens op de feiten gedrukt dat het klagen dat
wij hier in Nederland doen wel heel erg relatief is in vergelijking met het
leven in andere landen, zoals op Jamaica.

Als we een stukje verder lopen komen we bij de cambio aan waar we in 2001 ook
geld hebben gewisseld. Om het gewenste bedrag te wisselen is een
identiteitsbewijs nodig. Ik kan me niet heugen dat ik in 2001 ook een paspoort
nodig had om geld te wisselen, maar goed. Ik heb geen paspoort bij me en daarom
zoeken we “Nancy’s Cambio” aan de overkant van de weg op. Met voldoende dollars
op zak nu dus op zoek naar het Jamaican Tourist Board en dan hebben we de
kaartjes voor het festival eindelijk op zak.

In het centrum van Ocho Rios word je regelmatig aangesproken door Jamaicanen die
je iets willen verkopen. Variërend van wil je een taxi, heb je mijn shop al
gezien, mag ik je gids zijn tot de verkoop van marihuana of iets sterkers.
Onderweg bezoeken we ook de Craft Market. Een markt waar voornamelijk
houtsnijwerk te koop is, maar ook T-Shirts en armbandjes. Op zich een heel leuke
markt, alleen zouden de eigenaren van de winkeltjes een andere verkoopmethode
moeten gebruiken. “Een brutaal mens heeft de halve wereld” denken ze hier
blijkbaar. In plaats dat ze je rustig laten kijken, praten ze hier de oren van
je hoofd af tot je er helemaal kriegel van wordt.  Zonder overdrijven luiden de
opmerkingen (ze komen overigens niet aan je moet ik zeggen) op de Craft Market:
 “Heb je mijn shop al gezien? Ik heb vandaag speciale prijzen. Wijs maar wat aan
en ik noem je de prijs. Hier heb ik T-Shirts. Vind je ze niet mooi? En die
kettingen daar dan? Heb je die al gezien? Ook heb ik allerlei bamboe producten.
Van asbak tot muziek instrument. Heeft u die dan al gezien? Mooi zijn ze he?
Heeft u de houtsnijwerken al gezien? Ook die zijn vandaag in de aanbieding. Of
wat dacht u van armbandjes? Zal ik er een om doen? Die zal best leuk staan. Maar
ik heb ook tassen hoor. Kijk, hier hangen ze. Vandaag maak ik een mooie prijs
voor u. Heeft al gezien dat ik ook…”. De agressieve verkoopmethode op de Craft
Market werkt tegenovergesteld: de marktlui jagen de toeristen er mee weg. Mij
wel in ieder geval.

Even verderop vragen we de weg naar het Jamaican Tourist Board. We worden naar
een plaza gestuurd, maar daar heb je er best wel een aantal van in Ocho Rios.
Niet verwonderlijk dus dat we op de verkeerde plaza zitten. Na een aantal keren
de weg vragen weet nu iemand gelukkig precies hoe het zit. “Je moet naar het
Ocean Village Shopping Centre, tegenover de Burger King”, zegt de man. Jamaica
is trouwens helemaal McDonalds-vrij, het heeft wel fastfoodketens van Burger
King en Kentucky Fried Chicken. Het Ocean Village Shopping Centre is makkelijk
te vinden en op een bord dat we zien wordt aangegeven dat je de trap op moet
naar het Jamaica Tourist Board. Maar waar je de trap op moet, dat is in eerste
instantie niet duidelijk. We vragen de weg dan toch nog maar een keer. Nu blijkt
dat je meteen naast de supermarkt (daar is het nu overigens redelijk druk, het
is zaterdag) een deur hebt waar helemaal niets op staat. Daar kun je de trap
omhoog nemen en dan ben je er. Eenmaal aangekomen bij de ingang het Jamaica
Tourist Board worden de openingstijden vermeld: “Zaterdag’s gesloten.”

Als een toerist in Nederland op zondag aan mij vraagt waar het postkantoor is,
dan is het eerste dat ik hem vertel dat het postkantoor op zondag gesloten is.
Op Jamaica gaat men daar blijkbaar anders mee om. Drie tot vier keer hebben we
de weg naar het Jamaica Tourist Board gevraagd, maar niemand rept een woord over
het feit dat dit soort van VVV op zaterdag gesloten is. Communicatie, het blijft
moeilijk.

Het nieuwe plan is dat we naar het muziekwinkeltje gaan
waar ik in 2001 CD’s heb gekocht. Daar zou men toch moeten weten waar je
kaartjes voor Reggae Sunsplash kunt kopen, als ze het zelf al niet doen. Op weg
naar het winkeltje komen we een autoshop tegen waar banden en velgen worden
verkocht. Op de ramen van de autoshop hangen posters van het Reggae Sunsplash
festival, met vermelding van de prijzen voor de kaartjes per dag. Vergeet Irie
FM, het Jamaica Tourist Board en het muziekwinkeltje; hier gaan we kaartjes
kopen. Want de toegangskaartjes zijn hier, al is er bij ons aan de balie toch
nog wel enige twijfel in verband met onze eerdere ervaringen vandaag, inderdaad
te koop! De kaartjes voor de Dancehall-Night houden we voor gezien omdat onze
voorkeur niet naar dit muziekgenre uitgaat. Maar op terugweg naar het hotel
zitten de kaartjes voor de Singers Night, World Beat Night en International
Night zonder twijfel in the pocket. Het feest kan beginnen!

Jamaica 2006 – Excursies boeken

In 2001 kon Irie FM beluisterd worden op de TV en in 2004 kon er gekeken worden naar RE TV (Reggae Entertainment Television), waar destijds veel aandacht werd besteed aan het opkomende Reggae Sumfest festival. (In 2004 ben ik hoofdzakelijk voor Reggae Sumfest naar Jamaica gegaan.) Dit jaar was er geen Irie FM te ontvangen, geen RE TV te zien, maar wel TV J, oftewel Television Jamaica. In de morgen werd het programma “Smile Jamaica” uitgezonden, een gevarieerd programma met diverse gasten waarin verschillende onderwerpen werden besproken. “The revival of Reggae Sunsplash” staat voor de deur dus geen wonder dat er regelmatig wel iets over Reggae Sunsplash op TV J te zien is. De eerste dag is het meteen al raak: niemand minder dan de director van Reggae Sunsplash, Charles Campbell (links), is uitgenodigd in de studio voor een interview. Zoals hij ook in de Jamaicaanse dagbladen de Observer en de Gleaner heeft laten weten, licht hij ook op TV toe dat het festivalterrein een erg grote en vooral mooie locatie is, dat er niet één pauze zal zijn waarbij mensen zich hoeven te “vervelen” omdat er twee podia zijn die elkaar continue afwisselen en dat overal op het terrein op grote schermen gekeken en geluisterd kan worden naar het optreden dat op dat moment op één van de twee podia plaatsvindt.

Ook Richie Spice is in de studio en na een erg kort praatje zingt hij een nummer. Eerst twijfel ik nog of ik dat wel goed zie, maar helaas blijkt het waar te zijn. Een grote artiest als Richie Spice die zorgt voor het ene na het andere uitverkochte optreden playbacked op zijn eigen National Television! Hoewel de muziek erg goed klinkt, vind ik het een afgang eerste klas. Toch zijn CD’s voortaan maar van internet downloaden in plaats van origineel in de winkel kopen en zeker niet meer naar zijn concerten gaan.

Het programma duurt maar een half uur en je wordt overspoeld met reclames van de Digicel Rising Stars. Op een gegeven moment kan je het gewoon niet meer zien. Rising Stars is vergelijkbaar met Idols en je ziet telkens dezelfde “opkomende artiesten” voorbij komen. Het zijn er namelijk maar weinig die echt kunnen zingen. De zanger met de typische naam “Jim Laden” blijft het best in mijn hoofd hangen.
_
Gauw de laatste spullen van de koffer nog in de kasten en laden doen, om 11:00 uur worden we zoals gezegd in de lobby verwacht. Reisleidster Karin vraagt zich af of we er wel bij willen zijn, want wat kan ze ons nog over Jamaica vertellen? Nou ja, al zou je alleen maar voor die ene mededeling aanwezig zijn die je nog nooit had gehoord, zinloos is het natuurlijk nooit. En de excursies komen natuurlijk voorbij, want wat gaan we doen dit jaar, wat willen we zien, wat is interessant? Met maar liefst ongeveer 20 man(!) gaan we naar de Conference Room waar de airco goed zijn best doet. Veel nieuwe dingen krijg ik inderdaad niet te horen, maar inschrijven op excursies vind ik een must. Als ik aan het strand zou willen bakken, dan had ik ook in Nederland kunnen blijven en dagelijks naar Zandvoort kunnen rijden. Van dat resort af dus, actie! D.m.v. excursies waarop je je in kunt schrijven maar ook met excursies die je zelf organiseert.

Verwarrend was dat de excursie die op de lijst stond voor woensdag, deze week op maandag werd gehouden, enzovoorts. Alles was omgegooid. En daarbij moesten 3 tot en met 6 augustus vrijgehouden worden in verband met Reggae Sunsplash. Ben je eindelijk van je werk weg, moet je nog na gaan denken op je vakantie ook. Geboekte excursies zijn de Rio Grande (al gedaan), Nine Miles (al gedaan), Dunn’s River Falls en Kingston. Vooral de zeer gevaarlijke, moordzuchtende, uiterst criminele en voor toeristen totaal onbegaanbare hoofdstad Kingston wilde ik wel eens zien. En dan heb ik het met name over Kingston Downtown. Die tour gaat ook langs het National Heroes Park (je komt er voorbij) waar veel Jamaicaanse bekendheden begraven liggen. Een goed moment om eer te bewijzen aan de Crown-Prince of Reggae Muzik, Dennis Brown.

Als je excursies al gedaan hebt, dan kunnen er eigenlijk maar twee dingen gebeuren. Ze zijn beter dan de vorige keer of ze vallen tegen. Of Rio Grande en Nine Miles mee of tegengevallen zijn komt vanzelf in de reisverslagen terug, so stay tuned. Tijdens de bijeenkomst komt er een medewerksters van de Engelse afdeling van RIU binnenlopen met een envelop onder haar arm. Daarop staat nogal groot "Reggae Sunsplash" geschreven. Bij de Nederlandse afdeling konden de Reggae Sunsplash kaartjes niet gekocht worden dus na de bijeenkomst meteen maar eens kijken of we haar nog terug kunnen vinden. Dat is gelukkig het geval want we zien haar in de lobby zitten. Kaartjes voor Sunsplash verkoopt ze niet, maar ze belt even om te vragen waar die dan wel te krijgen zijn. "Kaartjes kun je kopen bij Irie FM en bij het Jamaican Tourist Board" zegt ze. We besluiten morgen meteen naar Irie FM te gaan (één van de grootste radiostations in Jamaica), dan hebben we dat ook meteen een keer gezien. Bij aankomst in 2004 hadden we maar één ding in gedachte: zo snel mogelijk kaartjes halen voor Reggae Sumfest. Want dat was tenslotte de hoofdreden waarom we toen naar Jamaica gingen. En nu geldt dat voor Reggae Sunsplash. In 2004 eindigde het halen van kaartjes in een drama, maar nu niet hoor. Morgen gewoon naar Irie FM of eventueel naar het Jamaican Tourist Board en je bent klaar. Of niet?

’s Middags is een mooie aangelegenheid om de rest van het resort te verkennen. Waar zitten de restaurtants, de winkeltjes, de bars? Aan de “Reggae Bar” dat gelegen is aan het andere deel van het resort is het barpersoneel verbaasd dat artiesten als Elephant Man, I Wayne, Jah Cure en Gyptian me niet onbekend in de oren klinken. Om eerlijk te zijn snappen ze er eigenlijk helemaal niets van. Nog verbaasder zijn ze als ik meezing met de nummers die ze draaien van onder andere Sizzla, Richie Spice en Chuck Fenda. Als de barman / DJ een rewind doet roept hij geen “Wheeeeellllll” of “Pull Up”, maar “Bullit, Bullit, Bullit !!!” Zulke kreten schijnen in Jamaica soms snel te wisselen, soms ook weer niet. Dan is dit populair, dan weer dat. “Shoot Da Bway” schijnt er ook een te zijn geweest en zo nog vele anderen. Maar de door Bounty Killer uitgevonden kreet “Bullit, Bullit, Bullit !!!” rule-de in de tijd dat ik in Jamaica was en dat doet het nu misschien nog wel. Altijd geinig om van dat soort dingen op de hoogte te zijn; ook op andere plaatsen in het resort deed het het Jamaicaanse personeel in eerste instantie verbazen en daarna moesten ze er vreselijk om lachen. Het was in ieder geval altijd een goed aanknopingpunt voor een gesprek. In Nederland zorgde het er bij de achtergrond-zanger van Anthony B ook voor dat hij water zag branden en daarna moest hij er ook om lachen.

Het doet me denken aan 2004 toen Richie Spice het nummer “Marijhuana” pas uitbracht. Dat was in Jamaica onwijs populair en je hoorde het werkelijk overal. Bij terugkomst in Nederland gaf (ik dacht dat het Bushman was) in de Melkweg een optreden en men speelde vooraf de instrumentale versie van dat nummer. Als je dat dan bijna woordelijk mee kan zingen terwijl het in Europa nog niet echt bekend is, dan staan die instrumentalisten je ook wel aan te kijken van: hoor en zie ik dat nou goed? Altijd grappig.

’s Avond was het eerste avondentertainment dat ik meemaakte. Een heuse “Beach Party!” Ik heb de avond maar samengevat met: “Hoe maak ik van een mug een olifant?” OK, dat er paarden rondjes renden en steigerden op het strand was nog wel leuk, dat er iets met vuur gedaan werd ook. Maar meer was het gewoon niet. En maar roepen door die microfoon hoe uplifting en fantastisch het allemaal wel niet was. Tijd om mijn bed maar eens op te zoeken…